Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
i8
Méthode Fannlière.
Werkwoorden, welke den
vierden naqnr^al regeren:
Iemand zien.
Ik zie hem fomtijds.
Ik zie haar diH-iJls.
Ik zie hen, rk zie haar.
Hem kennen.
Haar kennen.
Hen o/haar kennen.
Hem zoeken.
Haar zoeken.
Plem vinden.
Haar ontmoeten.
Hem aanzien.
Haar bedriegen.
Hem of haar beminnen.
Hem of haar verzekefen.
Htm of haar v/acht'en.
Hem of haar verftaan.
Hem of haar verpligten.
Hem of haar vergeten.
. Onperfoonlijke werkw.:
Waaijen.
Het waait.
Hét wo|i, het waaide.
Vriezen.
Dooijen.
Sneeuwen.
Hagekn.
Weerlichten.
Donderen.
Regenen.
Wederkeerige werkw.:
Zich vleijefu
Ik vlei mij.
Verbes qui régissent
l'accusatit :
Voir quelqu'un.
Je le vois quelquefois.
Je la vois souvent.
Je les vois.
Le connaître.
La connaître.
Les connaître.
Le chercher.
La chercher.
Le trouver.
La rencontrer.
Le regarder.
La tromper.
i^'aimer.
L'asëurer.
Z/'attendré.
Z^'en tendre.
L'obliger. •
Z'oublifT.
Verbes impersonnels :
Venter.
Il vente, il fait du vent.
Il ventait.
Geler.
]:)dgeler.
Neiger.
GrCler.
Faire des éclairs.
Tonner.
Pleuvoir.
Verbes réfléchis :'
Se flatter. :
Je-me flatte.