Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méihofie Fnmiliilrc.
klein. Grand,
laag. Haut,
kort. Long,
naauw. Large,
ledig. Plein,
koud. Chaud,
mager. Gras,
arm. Riche,
Bijvöegclijkc naamwoorden-
Groot,
HOOgy
Lang,
Wijd,
Vol,
Heet,
Vet,
Kijk,
Voorzigtig, onvoorzigtig.
Beleefd, onbeleefd.
Aangenaam, onaangc-
Naarjlig, lui. \naam.
Öelukkig, ongelukkig.
Werkwoorden, welke den
vierden naamval van de
zaak, en den derden
naamval van den
perlbon regeren:
Iemand iets geven.
Iets geven aan iemand. ^
Ik geef hem mijn woord.',
Ik geef haar mijn woord. ^ i
Ik geef haar mün hart.
Ik geef hun of haar.
Hem of haar zeggen.
Hem of haar heren.
Hem of haar fchryven.
Hem of haar vragen.
Hem of haar antwoorden.
Hem of haar leenen.
Hem 'of haar zenden.
Hem of haar beloven.
Hem of haar wedergeven.
n uuiriiL ,
Honnête,
Apéable,
Diligent,
Heureux,
Noms à^eet ifs :
petit.
bas.
court.
étroit (étrod).
vide.
froid (froa'), '
maigre.
pauvre.
imprudent.
malhonnête.
désagréable.
paresseux.
malheureux.
Verbes qui régissent la
chose à /'accusatif et
la personne au da-
tif:
Donner quelque chose à
quelquun.
Je lui donne ma parole, i
Je lui donne moh azur.
Je leur donne. .
Lui dire.
Lui apprendre. «
Lui écrire.
Lui demander.
Ltti répondre.
Lui prêter.
Lui envoyer.
Lai promettre.
Lui rendre,