Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13«
Méthode Fatnilïlre.
Bat heeft geent haast.
Mijnheer!
Ik ben onderrigt yan de
gewoonte.
elfde zamenspraak.
Cela ne presse pas. Mon-
sieur.
Je suis instruit de la cou-
tume.
Sta op, zuster!
Slaapt gij nog?
Schaamt gij u niet ?
Gij zijt al te lui.
Gij hebt genoeg geflapen.
liet is tijd, om op te flaan.
Het is te mooi v/eêr, om
zoo lang te flapen.
Hoe laat is het dan?
Het is haast zeven ure.
Dat kan niet zijn.
Het kan zoo laat niet we-
zen. (tuin ?
Waar is de fleutelvan den
Ik weet niet, waar hij is.
"Gij hadt hem gisteren.
Wat wilt gij er me( doen ?
Ik wil in den tuin gaan
wandelen.
De fleutelis op mijne kamer.
Hij hangt ergens aan eenen
fpijker.
Neeti, ik heb hem op de ta-
Doe de deur van uwe ka-
mer open.
Wacht, ik zal opflaan.
Ik zal met u gaan wati-
dtkn.
ONZIÈME DIJLOGUB.
Lève-toi, ma sœur.
Dors-tu encore ?
N'as-tu point de hqnte?
Tu es trop paresseuse.
Tu as assez dormi.
11 est temps de se lever.
Il fait trop beau pour
dormir si long-temps.
Quelle heure est-il donc?
11 est bientôt sept heures.
Cela ne peut pas être.
Il ne peut pas être si
tard.
Où est la clef du jardin ?
Je ne sais où elle est.
Tu l'avais hier.
Qu'en veux-tu faire?
Je veux aller me promener
au jardin. (fere.
.La clef est dans ma cham-
Elle pend quelque part i
un clou.
Non, je l'ai mise sur la
table.
Ouvre la porte de ta cham-
bre.
Attends, je me lèverai.
J'irai me promener avec
toi.