Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méthode Familière.
I [I
Zet u aan tafel.
Men gaat het eten opdoen.
Daar is eene goede plaats.
Die floel is voor u te laag.
f
Deze is hooger.
Zit dan neSr,
Maak geene pligtplegirh-
gen.
Ik ben hier heel wel.
Mettez-vous A table.
On va servir le dîner.
Voilà une^ bonne place-
Cctté chaise est trop bas-
se pour vous.
Celle-ci est plus ♦haute.
Asseyez-vous donc.
Ne faites point de céré-
monies.
Je suis fort bien ici.
Belief t het u^ dat wij God Voulez - vous que nous
bidden P
Bid God^ Jntoniel
Leg de handen zamen.
Wiens tafelbord is dit?
Het is het mijne.
Hebt gij een fervet ?
Geef i\Iijnheer een fchoon
fervet.
Vader I belieft^ het u, mij
brood te geven ?
Geef mij broody als het u be-
lieft.
Daar is brood.
Zult gij al dat brood wel
eten ?
Hebt 0 niet te veel ?
Ik geloof neen.
Eet zindelijk.
Gij eet te ras.
Gij zijt te gulzig.
Gij neetnt te veel zout.
Gif eet meer vlccsch dan
brood.
Eet meer brood bij uw
vleesch.
priions Dieu?
Prie Dieu, Antoine^
Joigne les mains.
X qui est cette assiette?
C'est la mienne.
Avcz-vous une serviette?
Donnez une serviette blan-
che à Monsieur.
Mon père, voulez-vous
avoir la bonté de me
donner du pain?
Donnez-moi du pain , s'il
vous plaît.
Tiens, voih\ du pain.
Mangeras-tu bien tout ce
pain-là ?
N'en as-tu pas trop?
Je crois que non.
Mange proprement.
Tu manges trop vite.
Tu es trop gouîu.
Tu prends trop dc sel.
Tu manges plus de viande
que dc pain.
Rhmge plus de pain avec
ta viande.
'G 5