Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
202
Méthode Familitre.
Kent gij hem P
Hoe heet hij?
Jk'ken hem niet.
Ik weet niet hoe hij heet
Ik weet niet wie hij is.
Ik heb hem hier nooit ge'
zien.
Hoe is hij gekleed?
Hij heeft een* Uchtgraau-
wen rok aan.
Hebt gij hem gezegd dat
ik te huis was?
Hebt gij hem ingelaten ?
Hij is in de zijkamer.
Zeg hem^ dat hij wacht.
Ik zal hem gaan [preken.
Ik zal gaan zien wie het is.
Ha! zijt gij het^ Mijnheer!
Ik ben zeer blijde u te zien.
Ha^ gaat het u al?
Heel wel^ God dank!
Zal ik u geen belet aan-
doen ?
Ik doe u misfchien belet.
wel eens weerkomen.
Waarom dat?
Ik bid u te blijven.
Ik heb niets te doen.
Gij doet snij geen belet.
Er komt volk.
Er zijn menfchen, die naar
u vragen.
Dat fpijt mij.
Le connaissez-vous?
Comment s'appelie-î-il ?
Je ne le connais pas.
Je ne sais comment il s'ap-
pelle.
Je ne sais qui il est.
Je ne l'ai jamais vu ici.
Comment èst-il habillé?
Il a un habit gris-blanc.
que
Lui avez-vous dit
j'étais chez moi?
L'avez-vous fait entrer?
Il est dans l'antichambre.
Dites-lui d'attendi-e.
J'irai lui parler.
J'irai voir qui c'est.
Ah ! c'est vous. Monsieur.
Je suis charmé de vous voir.
Comment vous portez-
vous?
Fort bien, Dieu merci !
Ne vous incommoderai-je
point ? Côtre.
Je vous incommode pcut-
Ik zal op een^ anderentijd reviendrai bien uiie
autre fois.
Pourquoi cela ?
Je vous prie de rester.
Je n'ai rien h faire.
Vous ne m'incommodez
point.
I vient du monde.
1 y a des gens qui vous
demandent.
J'en suis fkhé.
mm