Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
haalde oud-hollandsche verzen uitblinkende, verdienen even-
zeer onze bewondering, als het dichterlijke en schilderach-
tige er van op hoogen lof aanspraak kunnen maken. Voorbeel-
den van een' gespierden prozastijl kuunen bg hpnderden uit
onzen grooten geschiedschrijver hooft verzameld worden.
§ 156.
Om de gespierdheid van de zinuen niet te ontzenuwen, zij
men ook voorzichtig met het gebruik van conjunctiëu,?^rünowi-
na relativa en dergelijke taaldeelen meer, welke dienen om de
leden van een' zin aan elkander te schakelen, en de overgangen
der gedachten te bevorderen. Men scheide ook den articulus of
het lidwoord niet te ver van zijn substantief, en make even-
min de klove te groot tusschen het laatstgemelde en het ad-
jectivum of bijvoegelijke naamwoord, waarmede het in verband
slaat. Zoo ook moet het betrekkelyke voornaamwoord oipro-
nomen relativum, zooveel mogelijk, in de nabijheid van het
rededeel blgven, waarop het betrekking heeft. Dit geldt mede
ten aanzien der voorzetselen ot praepositiën, die men soms
zeer verkeerd mijlen ver van het substantief ziet staan, dat
zij regeeren. Elders pogen wij voorbeelden van een' kwaden
stijl, wat al deze stukken betreft, aan te voeren.
§ 157.
De gespierdhaid der zinnen lijdt ook onder het veelvuldige
nuttelooze gebruik van sommige spreekwijzen; als daar
zijn: ik zegge, desalniettemin, kwam te zien, en soortgelijke
meer, die, wel is waar, in enkele gevallen niet berispt kunnen
worden, maar echter over het algemeen niets dan stop- en
lapwoorden zijn, dienende, om eene kreupele en lamme
woordschikking nog, zooveel mogelijk, op de been te houden.
Ditzelfde geldt ook van uitdrukkingen, zooals wij ze ont-
moeten in: immers toch, huilen en behalve, evenwel echter, oi
evenwel nogtans, want doch, gelijk als enz. enz., die men allen
gerust voor de hellt kan wegkappen. Evenwel b.v. zegt im-