Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
De verdere beschouwing van dit onderwerp echter behoort
te huis in onze voorlezingen over de welsprekendheid, naar
hare hoogere beteekenis.
§ 154.
Het is voor de gespierdheid der zinnen ook nadeelig, dat
■nen eerst de sterkere, dan de zwakkere uitdrukkingen plaatse,.
Jaar zulks juist andersom moet zijn. Wy zullen elders voor-
beelden geven van feilen, die men te dezen opzichte begaan kan.
§ 155.
Ook geheele zinsneden of zinleden kunnen zoowel, -als en-
kele woorden, pleonastisch en tautologisch in eene periode
voorkomen, en daardoor hare kracht en gespierdheid groote-
lyks verzwakken. Voorbeelden elders ! Hier gunne men nog
eene plaats aan de volgende schoone verzen, die zeker door
het gemelde gebrek niet ontsierd worden. Ze zijn uit een
gedicht, dat huygens, ten jare 1661, eener bedrukte moe-
der, hij het verlies van hare eenige uitmuntende dochter,
toezond. Onder anderen zingt hij treffend:
Eefi bloem is ii ontrukt . in H beste van haar groeyen ,
Der waerdigste gelyck , die noch in Hollandt bloeyen ;
Een peerel is uw hand ontfutseld, een kleenood
Ontstolen^ midden uyt den moederlicken schoot;
De dood is, als een wolf, uw stallingh ingedrongen.
En met het liefste lamm van H jonge vee ontsprongen.
Ghy hebt soo sooten sonn sien daelen met den dagh ,
Ah llaegsche sonn in langh den Haegh verschynen sagh ;
En 'tis er didster ^ sinds dat vriendelick paer lichten
Ter aerden is gegaen, — Waer voeren my mijn dichten ?
'k Wou seggen , sints haer glans ten hemel is gebracht,
Ten hemel, droeve weew l ten hemel, daer s' u wacht. Enz.
Het krachtige en tevens liefelijke, in al de zinnen der aange-