Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
Ja , 't scheen , of in 't geruisch , dat ieder golfje gaf,
Een loflied werd gehoord op Neêrlands waterstaf.
§ 140.
Men moet ook geene overtollige w^oorden bezigen, dat is,,
onze stijl moet, om duidelijk en sierlijk te zijn, afgepast-
heid en juistheid bezitten; iets, hetwelk men in het Fransch
précision noemt. Daar dit stuk echter vooral tot geheele
zinnen betrekking heeft, of tot de woorden, beschouwd in
den samenhang, waarin zij, in zinnen gerangschikt, voor-
komen, zullen wij over dit vereischte van den stijl liever
wat verderop iets aanstippen.
§ 141.
Dit zij dus genoeg over de keuze der woorden, afzonder-
lijk beschouwd zijnde! — Wat de vraag betreft: hoe wij
onze woorden rangschikken moeten, opdat de duidelijkheid
en fraaiheid van den stijl er niet onder lijden: over deze
vraag is hierboven reeds het eene en andere aangemerkt,
hetwelk hier ter plaatse geene herhaling noodig heeft. Wij
hebben echter gezegd, dat een goed samenstel van zinnen
aan de gemelde twee hoofdeigenschappen insgelijks zeer be-
vorderlijk was. Hierover dus nog iets naders.
§ 142.
Men kan den zin bepalen, als eene volledig in woorden
uitgedrukte gedachte, hetzij zulks nu met veel, of met weinig
woorden geschiede. Dus is: de roos riekt liefelijk zoowel een
zin, als: de roos, die kuningin der bloemen, verspreidt alom
hare liefelijke geuren.
§ 143.
Door eene zinsnede verstaat men een lid of gedeelte van
een' zin ; hoewel dit lid soms ook wel weêr een' zin op zich