Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
het lange der 'aanhaling! En hoeveel glorierijke herinne-
ringen wekken zij op ! — Wij keeren tot ons onderwerp terug.
§ 136.
Wat nu niet zoozeer de gedachten in haar' geheelen om-
vang, als wel de woorden betreft, worden duidelijkheid en
fraaiheid van stijl bevorderd 1) door eene goede keuze van
woorden, 2) door hun taal-en spraakkunstig onberispelijk ge-
bruik, 3) door hunne geregelde rangschikking naar den aard
van onzen stijl, en 4) eindelijk door een goed samenstel van
zinnen en volzinnen. Veel echter van hetgeen tot dit eene
en andere betrekking heeft, is reeds aangeroerd, toen wij
over de zuiverheid van den stijl spraken, weshalve wij ons
bij het aanstippen van enkele punten kunnen bepalen.
§ 137.
Tot eene goede keus van woorden, ter bevordering van
de duidelgkheid en sierlijkheid des stijls, behoort, (behalve
hetgeen over dit onderwerp reeds gezegd is) onder anderen,
dat men zoodanige woorden kieze, welke in de beteekenis,
waarin zij voorkomen, gebruikelijk zijn. Hiertegen zoude men
b. v. zondigen, als men bij ons zeggen wilde : ik heb mijnen
vriend heden leef wel gezegd ; want, ofschoon dit leef wel
in den grond hetzelfde, als vaar tvel, beteekent, en ook uit
twee zuivere en verstaanbare nederlandsche woorden be-
staat, is hot echter, hoezeer dan ook in den hoogduitschen
stijl gangbaar, in den onzen niet gebruikelijk, en derhalve
dient men zich van de meer in zwang zijnde uitdrukking
vaar wel te bedienen. Hiertoe hebben meer andere voor-
schriften betrekking, van welke wij hier niet breeder kunnen
handelen. In de later op te geven vragen komen we op en-
kele punten terug. Hier nog een paar aardige dichtregelen
van huygens, waarin, ook zelfs naar onze tegenwoordige
wijze van zich uit te drukken, geene gebreken van dien
aard voorkomen.