Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
En, als men in den dans most mallen daer ick was,
De Spaenschen haer Pavaen docht my de beste pass;
De Spaensche Craecken zijn ons* wellekomste gasten,
En die wy wel soo geern als eenigh Wild, verrasten ;
De Spaensche Viaggen zijn H aensienlickste cieraet
Van d* onversterflicke vry-Heeren van den Staet;
'kHebb menschen, onbeweeght als Bergen, sien versetten
Door H lieffelick gevoel van Spaensche Pistoletten ;
En Spaensche Matten zijn van H allerbeste Geld;
Dat leerden ons Piet Hein, al warens* ongetelt;
My dunckt de Spaensche Tael is mannelick om hooren ;
De Spaensche Trommelslagh gaei deftigh in mijn* ooren;
De Spaensche Zee en breeckt geen* baren door den wind ;
Ja Spaensche Pocken zijn de fijnste die men vindt;
Hoe qualick Spagnen rijmt, van binnen, op O^^agnen,
De best' Oragnen zijn vers Clooster-goed van Spagnen ;
De Spaensche Kettingen ivas eens een* trotsche dracht,
2*ot datse die Tyran, Gewoonte, Vonder bracht;
De Spaensche Brabander is van de beste kluchten ;
De Spaensche Kerssen zijn van d* allersoetste vruchten ;
lek magh den tredt wel sien van fiere Spaensche Dons,
Het geeft my meer genuchts als all der Franschen dons;
De Spaensche Druyven zijn schoon om sien, goed om eten ;
De Spaensche Marmelaed^ de soetste die wy weten ;
Men rieckt de Spaensche kust veel mijlen t* Zeewaert in ;
De Spaensche... My en komt geen Spaensch meer in den sinn;
Ja, Leser, voor het lest, ghy moet^ er noch een hooren!
*k Hebb spaensche vliegen sien gebruycken achter d' ooren,
Met merckelicke bact, voor menschen, die het licht
Begon te schemeren; en *iklaerden haer gesicht,
Sulck goedje schaff ick hier: sy byten en zy steken:
Maer sy genesen weer de menschen haer* gebreken.
En *t byten heeft sijn nutt, en *t steken heeft sijn vrucht,
En sijn tucht meestendeel, en altijd sijn genucht; enz.
De geestigheid dezer oud-hollandsche dichtregelen verschooue