Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
en eenigszins plat voorkomen te geven ? Welke voorbeelden heeft
men al zoo bij hooft, vondel enz. van de andere beteekenis veler
•woorden ?
10) Wat voorbeelden kan men van dichterlijke uitdrukkingen en
spreekwijzen aanvoeren ? In hoever moet men ze in den prozastijl
vermijden ?
11) Hoe laten zich de figuren onzer zinteekenen ophelderen? Hoe
kan het verkeerd plaatsen der zinteekenen verwaning veroorzaken ?
Is er eenparigheid in die plaatsing te brengen ? Is men genoodzaakt,^
in composita altijd het teeken van scheiding te bezigen ?
Iets over de duidelijkheid en fraaiheid van den stijl, voor
zoover deze eigenschappen afhangen van eene goede keuze
van woorden en hunne verbinding tot zinnen.
s 135.
ïot de duidelijkheid en sierlijkheid van den stijl wordt in
de eerste plaats vereischt, dat de denkbeelden zelve, die men
uitdrukken wil, duidelijk en traai zijn. Waar het hieraan
hapert, zullen noch de woorden, noch hunne verbinding tot
zinnen een opstel bevallig en bevattelijk maken. Indien toch
een zegelmerk niet zuiver gesneden is, zal ook zijn afdruk-
sel in het beste was verward, moeijelijk te onderkennen en
onbehagelijk voor het oog zijn. — De vraag echter, wat
duidelijke, wat verhevene en schoone denkbeelden zijn, en
hoe men meer of rain ze kunne verkrijgen, laat zich hier ter
plaatse niet beantwoorden. Deels toch behoort het antwoord
hierop in de rhetorica of redekunst, deels in de logica of re-
deneerkunst. Een stijl, voor het overige, kan aan elk, die
genoegzaam bekend is met de onderwerpen, waarover ge-
handeld wordt, en met het spraakgebruik van den tijd, waaruit
het geschrift dagteekent, zeer duidelijk en fraai schijnen ;
terwijl die stijl echter voor wie van die onderwerpen, of dat
spraakgebruik geene de minste kennis draagt, zijne groote
duisterheden hebben kan. Aristoteles b. v., de groot, kant
enz. zijn duidelijk genoeg van stijl, maar daarom nog niet
verstaanbaar voor ieder landman, die nooit iets van wijs-