Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
alsmede de rustpunten der gedachte, en voorts de geheele
sluiting van den zin aanduiden ; terwijl eenige dezer teeke-
nen daarenboven strekken, om de wijze, waarop de schrijver
zijn gezegde verstaan wil hebben, uit te drukken. De zintee-
kenen zijn het punt ot' sluitteeken; het dubbele punt, kolon
pf lidteeken; het semikolon of halve lidteeken; het signum
interrogationis of vraagteeken; Bnhei signum exclamationis oi
uitroepteeken. In het gebruik zelf echter van die teekenen
heerscht weinig eenparigheid, zoodat het niet alleen verschil-
lend is in verschillende talen, maar ook bij de schrijvers in
ééne en dezelfde taal. Men dient dus in dezen naar zijn eigen
gevoel te werk te gaan, en de zinteekenen afwisselend zoo
te plaatsen, als men zelf van oordeel is, dat aan den stijl
de meeste duidelijkheid kan bijzetten.
Behalve de hier opgenoemde, zijn er nog eenige andere
schrijfteekenen, waarop men in den stijl acht moet geven, als
Jaar zijn: het tusschenin voegingsteeken of dat der parenthese;
het koppelteeken; het teeken van uitlating; het teeken van aan-
haling; het teeken van afwending of afkapping; het teeken
van greepscheiding ; en het teeken van samentrekking. Vooral
in dichtmaat komen deze teekenen dikwerf te pas.
Wij zullen deze § al boertend eindigen met de les, die de
geestige hüygens ons geeft, om de letteren niet verkeerd
te scheiden, en die hij, kluchtig genoeg, door de woorden
koekoek, in den zin van vogel, en koe-koek, in den zin van
koemisl of koevlade, opheldert:
En laet u niet verleiden
Met letteren te scheiden.
Siet, hoe licht spellen hinckt!
Één streepken tusschen beiden
Brenght u van bosch in weiden. —
De koekoeck sitt en singht;
De koe-koeck light en stinckt.