Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
b. v. in bet volgende lijkdicht van vondel wel eene enkele
uitdrukking, die voor het proza niet passen zoude ? Men
veroorlove hier afwisselingshalve de inlassehing dezer fraaije
dichtregelen, üe titel luidt: Aan den heer constantijn huy-
gens, Ridder, Heer van Zuytichem, Raet en Sekretaris van
Zijn Hoogheit, op het Overlijden van zijn Gemalin, Mevrouw
susanne van baerle :
Is Zuilichem een sterke zuil,
Hy wank'le niet, noch wroeV den kuil
Van Hgraf, waerin zijn Ega leit
En slaept, en wacht op d' eeuwigheit.
Niet open, noch versteur Godts akker,
En roep' zijn'' lijkrouw telkens wakker.
Het treuren baet den doode niet,
En voedt des levenden verdriet.
Al zocht gy schoon met Charons schuit
Eurydice, en al kon uw luit
De harp van Orfeus zelf verdooven,
Gy speelt haer' geest niet weder hoven.
En waer dit moog'Hjk te geschiên,
G\j zoudt niet laten om te zien.
En haer verliezen, nat beschreit,
Daer H licht en naere duister scheit;
Uw morgenstar zou u ontzinken ;
Daer onze zon begint te blinken /
Wat moeitge 't onverbidtzaem hol :
Uw schoo7ie bloem is in haer' bol
Gekropen, om weêr op te staen,
Daer haer geen hagelsteenen slaen.
Noch al te heete stralen roosten.
Gy kunt u met d'af zetsels troosten.