Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Mi

van vreemde woorden zijn nut hebben. In het taalkundig vak
b. v. zijn de latijnsche namen der onderscheidene rededee-
len, en van wat er al meer tot het grammaticale behooren
moge, zoozeer in alle spraken bekend, dat men de duidelijk-
heid van den stijl dikwerf bevordert door ze te bezigen. Ten
minste verheug ik er mij telkens over, als ik in hoogduitsche
of andere buitenlandsche taalkundige schriften, van adjectivum,
subslantivum, verbum enz. spreken hoor. Treden toch vertalin-
gen van dergelijke woorden in de plaats, dan weet men vaak
niet, wat er door de vertaalde woorden bedoeld worde, daar
de eene schrijver de latijnsche kunsttermen op deze, een
ander wederom op gene wijze vertolkt; iets waardoor ten
laatste niets dan verwarring en onzekerheid ontstaat. Uit dat
oogpunt gelieve men dus ook de tot taalkunde betrekking
hebbende vreemde woorden en bastaardwoorden in dit hand-
boek te beschouwen, en het gebruik er van mij en anderen
zoowel te veroorloven, als men in het Latijn, ook zelfs in
den zuiveren stijl van cicero, een aantal grieksche woorden
gedoogd heeft.
Dat voor het overige daar, waar het scherts en jok geldt,
wel vijfentwintig talen dooreengehutseld mogen worden, be-
hoeft te nauwernood herinnering. Wij lagchen dus hartelijk
met, en niet over den geestigen heer van Zuylichem, als hij
ons ergens in zijne gedichten eene letterkundige oUa podrida
of hutspot opdischt, welke uit de vermenging van het Hol-
landsch met zeven talen is samengesteld. De bestanddeelen,
namelijk, tot deze letterspijze worden geleverd door het
Nederlandsdj, Fransch, Italiaansch, Spaansch, Latijn, Hoog-
duitsch, Engelsch en Grieksch. — Zoo vinden wij ook bij den
heer bilderdijk het volgende aardig rijmpje, in hetwelk de
slotwoorden der versregels voor de helft Engelsch zijn; maar
echter, als zij slechts zuiver naar der Britten wgze worden
uitgesproken, vrij goed op de nederlandsche rijmen. De ge-
zegde dichtregels hebben betrekking tot de feestviering van
een' engelschen zoogenoemden rechtsgeleerde te Lewisham,
en zijn' leerling: