Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
oppergezags, dat is, des gebruiks, geijkt zijn. Dat men echter
in een' boertigen stijl wel eens uit jok eeu nieuw woord
smeden mag, spreekt van zelve. Wie zoude het iemand ten
kwade duiden, die in zulk een geval b. v. zeide : iemand
ridderen voor tot ridder maken, gelijk huygens van het en-
gelsche woord knight (spreek uit nijt), dat is ridder, op de
engelsche wijze een werkwoord maakt, namelijk: knijgten,
in den zin van tot ridder slaan, en hetzelfde dus, als het
engelsche to knight, dat is, ridder maken, beteekenende :
De groote koning van dry over-zeeschc kroonen
Knijght manvolk met sijn hand, om deugden me te loonen ;
Kost Carel 't vrouwvolk nu, m ^iaais ua»i knughten, knechten,
Wat souder meisjes, die moê meisjes zijn, om vechten !
Men ziet, dat knechten hier nog een tweede nieuw gesmeed
woord is, den zin h.c\)\>enà&\&n iemand tot een' jongen maken.
Immers knecht beteekende oudtijds zeer dikwerf blootelijk
oen' persoon van het mannelijke geslacht.
Ook den schrijveren over nieuwe, nog weinig behandelde
wetenschappelijke onderwerpen is het scheppen van nieuwe
woorden bijwijlen zeer wel te vergunnen , ja, zij kunnen
hierdoor tot verrijking der taal zeer veel toebrengen, indien
zij slechts op eene duidelijke en regelmatige wijze te werk
gaan. Door dan ook van deze vrijheid een betamelijk ge-
bruik te maken, hebben wij in onze taal vele, thans alom
geldige, echt nederlandsche woorden, welker gelijkbeteeke-
nende verwanten men in het Hoogduitsch nog mist, of die
ten minste bij de Duitschers nog weinig in zwang zijn, De
beroemde hoogduitsche schrijver jean paul noemt ons daar-
om ook de grootste puristen van Europa.
Zoo moet men ook onderscheid maken tusschen geheel
nieuwe woorden, en tusschen de zoodanige, waarvan de
woordkoppeling slechts nieuw is. De heer bilderdijk bezigt
b. v. het woord herggeronk in de fraaije en hoogst klankrijke
verzen :