Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Die met, en deze sonder maet. —
Wie, dunekt u, doet het meeste quaet ?
Mijns oordeels, zijn ze minst te laken:
Die regel houden in 't vermaken.
Hij herinnert ons meer of min des hoogduitschen dichter
schillers treffelijk gedicht, Ber Tanz getiteld. — Voor het
overige bezat hüygens in het woord zusterlingen, dat is, ge-
zusters, een woord, dat tegenwoordig zelden meer gebezigd
wordt, en dus als moer of min verouderd beschouwd moet
worden. Dit woord kunnen wij nu wel missen, maar het is
beklagenswaardig, dat zoovele andere kostbare munten uit
onzen taalschat verloren zgn gegaan; en, gelijk het zeer te
wenschen is, dat men daarop van tijd tot tijd opmerkzaam
gemaakt worde, kan men het ook geen' bevoegd' en kundig'
schrijver euvel duiden, dat hij, bij voorkomende gelegenhe-
den, en als het mangel aan gepaste, nog in zwang zijnde
uitdrukkingen hem daartoe dwingt, pogingen aanwende, om
eens een verouderd woord weder in omloop te brengen.
Door deze uitzondering dus wordt de in deze § voorgeschre-
ven regel eenigszins beperkt. Metdatal blijft voorzichtigheid
in dit stuk ten hoogste aan te bevelen; want slechts in
enkele gevallen kan een zoodanig opwekken uit den doode,
{gelijk men het, al boertende, zoude kunnen noemen) wor-
den toegestaan.
§ 128.
Men wachte zich insgelijks voor het smeden en gebruiken
van geheel nieuwe woorden; ten zij 1) volslagen gebrek ons
hiertoe noodzake; 2) het nieuwe woord naar den aard onzer
tale gevormd zij; 3) het denkbeeld, tot welks aanduiding
het dienen moet, verstaanbaar en nauwkeurig er door worde
uitgedrukt, en 4) hij, die het invoert, eenige bevoegdheid
bezitte, om zulks te kunnen en mogen doen. Nieuwe woor-
den toch zijn, als het ware, nieuwe munten, die geene gel-
digheid hebben, dan voor zoover zij met den stempel des