Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
iä, iäan, en dergelijke, onzer taal eigenlijk vreemde, letter-
verbindingen. Immers, in echt nederlandsche woorden wor-
den twee naast elkaar geplaatste, verschillende klinkers
dadelijk tot diphthongen. Dus zeggen wij dien, en niet di-ën,
dauw, en niet da-üw enz. Maar — om niet van ons onder-
werp af te raken — men heeft twee samentrekkingen in de
volgende dichtregelen van helmers:
Maar wie schetst Heemskerk ons, die naar de Noordpool streeft.
Door vuur en ijsschots boort en bij Gibraltar sneeft?
Van Goens, die koningen zijn ketens heeft doen dragen.
En 't Oosten heeft geklemd aan Neêrlands zegewagen ?
Wie Rortenaer, wiens vuist voor ons de Zond ontsloot 1
Piet Hein, den winnaar van des Ibers zilv''ren vloot.
Die aan BrazieUE's kust op SpaajE zegepraalde.
Een oogst van lauw'ren won, en met zijn bloed betaalde. Enz.
Hier staat Brazielje voor Brazilië, gelijk Spanje op zijn Fransch
voor Spanië van het latijnsche Hispania staat, zooals de
Hoogduitschers nog Spanien schrgven. De laatstgemelde crasis
heeft echter ook in den prozastijl de ware schrijfwijze van
het woord geheel verdrongen. Zoo wordt Groot-Brittannié van
lieverlede, ook in proza, Groot-Brittanje. Italië gaat echter
slechts bij de dichters in Itaalje over. Men kan in onze
vroegere poSzie meer soorten van samentrekkingen vinden.
§ 123.
In het grafschrift van brandt op zijne gade süsanna :
Hier rust Zuzanne, een bloem van wijsheit, geest en deugt.
En tweemaal ellef jaar mijn helft, mijn hulp, mijn vreugt.
treffen wij een voorbeeld van dien metaplasmus aan, welken
men de diaeresis of spalking noemt. Deze spalking heeft vrij
wat overeenkomst met de hierboven beschouwde epenthesis
of invoeging; maar verschilt er echter in zoover van, dat