Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
195
eindrijmen en middelrijmen? Wat zijn staartrijmen, tusschenrijmen
enz., die men hier en daar wel eens aantreft ? B.v. vondel zingt in
zijn allervinnigst, maar tevens allerstoutst en allerdichterlijkst hekel-
dicht , Oruwel der verwoesting:
Nu zal Goemaer den stoel aen spaenders stukken kloppen,
En met zijn spreukken dees godlooze breukken stoppen.
Welke voorbeelden van gebrekkig rijm kan men bij ons al aan-
halen ?
32) Waaraan hebben de alexandrijnsche verzen hunnen naam
ontleend? Bij welke andere natiën, dan bij ons, zgn zij in ge-
bruik? Heeft men ze b.v. in het Engelsch? V/at valt omtrent de
hoogduitsche Alexandrijnen aan te merken ? Waarin bestaat de voor-
treffelijkheid van vondels Alexandrijnen enz. ?
33) Bestaan onze alexandrijnsche verzen uit jamben, of komen
er ook andere voeten in voor? Kunnen zij in allen gevalle op
eene vaste wijze naar andere voeten dan jamben (of eene soort
van jamben) gescandeerd worden ? Waarin hebben de fransche
Alexandrijnen meer afwisseling, dan de onze ? In welke opzich-
ten zijn zij daarentegen weêr eentoniger ? Welke soorten van
voeten loopen geheel en al tegen den klemtoon in ? Zoude men
ook enkele keeren, afwisselingshalve, of tot bevordering van den
rhythmus, van zulke antimetrische voeten gebruik kunnen maken?
Wat onderscheid heerscht er al meer tusschen de fransche versifica-
tie en de onze ? Wat noemen de Fransohen rimes riches, wat rimes
suffisantes enz. enz. ? Wat valt te zeggen over hunne regels omtrent
den zoogenaamden hiatus enz. enz.?
34) Welke vrijheden hebben zich onze dichters al veroorloofd,
b.v. omtrent de geslachten en verbuigingen der naamwoorden,
het gebruik der adjectieven, de conjugatie, het bezigen van on*
duitsche uitdrukkingen, van enkele voor samengestelde woorden
en omgekeerd, van verouderde en nieuwgevormde woorden, van
uitlatingen of ellipses, van enallages of woordwisselingen, van
overtolligheden of pleonasmi, van woordvervormingen of meta-
plasmi enz. enz. Welke van die vrijheden zijn hun nog te ver-
gunnen enz. ?