Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
192
Eenige vragen.
1) Wat beteekent eigenlijk het woord prosodie, en kan men ook
van prosodie in het proza spreken ?
2) Wat verstaat men door lengte of kortheid van toon in de
syllaben of lettergrepen eener taal? Waarop rust zij uit den aard
der zaak?
3) Waarom zou men, bij de gesteldheid onzer gewone prosodie,
even goed, ja beter misschien, van hoogte en laagte van toon kun-
nen spreken ?
4) Heeft men in de oude talen ook het woordaccent eenigermate
in de prosodie tot richtsnoer ?
5) Waarop grondt zich de quantiteit in de oude talen ?
6) Hebben de Grieken en Latijnen hunne vei zen uitgesproken
naar de quantiteit der syllaben, dat is, naar de scansie, gelijk
i. vossius wil; dan wol naar het accent, zoo als bentley dit
laatste beweert ? Hebben zij b.v. gezegd canö of cano, Italiam of
Italiam 9
7) Hoe is hel redeaccent of de redeklemtoon al wisselbaar , b.v. in
den zin : Hebt gij werkelijk dat engelachtig mooije meisje gezien of
gesproken ?
8) Kan niet het redeaccent in enkele gevallen ook van toepassing
zijn in onze prosodie?
9) K.an het redeaccent ook het woordaccent vernietigen?
10) In welke gevallen kan het woordaccent meer dan ééne syllabe
in een woord treilen ?
11) Heeft hel redeaccenl alleen betrekking tot geheele woorden
of kan het ook somtijds tot eene enkele syllabe betrekking hebben?
12) Waarom kunnen éénlettergrepige woorden eigenlijk niet ge-
zegd worden quantiteit bij ons te hebben , voor zoover wij alleen
onzen klemtoon lot maatstaf nemen?
13) Zijn echter op dezen regel niet enkele uitzonderingen ten
aanzien van sommige kleine woordjes, als daar zijn: de, des, den,
der, het, men en soortgelijke , en waarom stuit b.v. de maat van
den volgenden versregel:
Op de 1 kristal | len paan \ van het \ beoro | zen wa | ter?
14) Waarom is ook de quantiteit van ééne of meer syllaben in
drie- of meer lettergrepige woorden onzeker, gelgk mede in twee
lettergrepige samengestelde woorden of composita 9