Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
Zoo zingt jeremias de decker :
Maer rnensch hlyft zelden gom ] in 't midden van het {/oud,
Gelyck de visschen zoet | in H midden van het roüT.
Dit kan echter slechts voor een* enkelen keer veroorloofd
worden, en is in het algemeen niet aan te prijzen.
6) Staande of mannelijke rijmen {des rimes masculines)^
noemt men de zoodanige, wier rijm slechts over ééne of
liever een deel van ééne lettergreep loopt. Bijv.: in de
dichtregelen van cats, waarin een vader aan zijn zoon, die
uit reizen gaan zal, onder meer andere, (vergel. D. I. bl.
155) ook de volgende lessen geeft, zyn alle rijmen mannelijk
of staande :
Be werelt is een wonder 6oeck,
Het maeckt sijn leser wonder klOEOK;
Maer, wie het sonder oordeel Zeest,
Die hlyft, gelyk hy is ^eiüEEST ;
Gtj, doet niet, als den meesten hoop,
Maer doet met aendacht iiwen loop!
Hoort gy een sneêgh en geestig man,
Daer hoorje, dat u leeren /can :
Siet gy een' ongesouten ^eck,
Leert noch al yet uyt sijn gebrEca ;
Leert mijden, dat hy qualyck c/oet,
En hoe men solten vyeren moET.
In '/ korte, waer gy d' oogen /ceert,
Siet, datje 'teen of 't ander Ieeht,
Al wat men hoort, of ivat men siet,
Die leeren wil, die leert er iet.
Sleepend of vrouwelijk (c?es j'tiTïes/émmmes) zgn integendeel
alle rijmen, wier klank door twee lettergrepen (of liever
deelen van lettergrepen) in ieder rijmenden regel gevormd
wordt. In de volgende dichtregels van denzelfden, zoo even
genoemden, volksdichter, zijn dus alle rijmen vrouwelijk: