Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
5) dat de versmaten der Ouden, welke op de bepaalde quan-
titeit, die iedere lettergreep bij hen heeft, zich grondvesten,
moeijelyk zijn na te volgen voor ons, die, naar den klem-
toon te oordeelen, in den grond, en wat men er ook tegen
zeggen moge, in versmaat bjj weinig andere voeten, dan
bij jamben en trochaeën rekenen (*). — De volgende rijm-
looze verzen van den heer van de kastf.ele hebben dus,
hoe bevallig, schilderachtig en krachtig zij ook zijn mogen,
en hoezeer ik aan eene versmaat van dien aard met nl hare
weifelingen en onzekerhede^i nog verreweg in sommige soorten
Van poëzie, b.v. in dichtstukken, als de hoogduitsche Louize van
voss en de Herman en Dorothea van göthe, boven berijmde ver-
zen den voorrang zoude geven , de muzikale en oorstreelende
volmaaktheid niet, welke die hexameters der Ouden bezit-
ten. De gezegde verzen zijn uit de vertaling van het ge-
dicht, Fingal getiteld, des ond-schotschen dichters ossian.
Gen paar oorlogsrossen worden afgeschilderd:
Voor den wagen, ter rechter, ziet men den bruisschenden klepper,
H Moedig^ hoogmanig, breedborstig, wijdstappend en hinnikend
bergpaard.
Wijd verspreidt zich 't geluid mn zijn stampende^i hoef — en
zijn manen
Golven omhoog, als een stroom van rook, op de rijen der rotsen.
(') Sommigen zullen dit zeggen voor ketterij houden, Is grazige
b.v., zullen zij vragen, geen dactylus? Buiten versmaat, ja, maar
breng het woord in een alexandrijnschen versregel, en zie, of het zich met
de overige woorden niet voor een deel als jambus zal laten en zal
moeten laten scandeeren. B.v.:
Ons Ne | derlnnd \ is rijk | aan gra \ zige \ landoii | ivon.
ICan men zulks met een* echten dactylus in het Latijn doen ? Onze
meeste rijmende versmaten laten zich daardoor ook tot twee klassen
brengen, tot jambische of tot trochaeïsche, en weinig andere vaste
bruiKbnre scansie hebben wij , dan die in het afdeelen en aftellen
der syllaben van een' versregel of naar jamben of naar trochaeén
bestaat.