Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
I ■
■• ;
'i ;
158
bij de eene of andere gelegenheid wat achteruit moetende
gaan, tot hare vriendinnen of speeluooten zegt: vite, vite,
mes Amies ! Il nous faut reculer un peu, luidt dit, let-
terlijk vertaald : Gauw , gauw , vriendinnen I Wij moeten
ons acht.....wat achteruitbrengen. Reculer komt toch van
cmZ , hetwelk, zoo als iedereen weet, in het Fransch dat
gedeelte onzes ligchaams beteekent, waar men op zit, en
dat een oud-hollandsch dichter niet onaardig het achter-
aangezicht noemt. De beroemde fransche dichter boileau
zeide dan ook op dien grond, toen hij tegen den bouwkun-
digen perrault schreef, die de Ouden van platheden be-
schuldigde : 11 7ie sait pas qu'en François même il y a des
dérivés et des composés qui sont fort beaux, dont le nom
primitif est fort bas, comme on le voit dans les mots de
petiller et de reculer.
Zoo behoeven de Franschen ons Hollanderen ook geene
platheid of belagchelijkheid van woordbeteekenissen en me-
taphorische uitdrukkingen voor de voeten te werpen. Klin-
ken toch sommige daarvan hun vreemd in de ooren, niet
minder vreemd is het voor ons in het Fransch te hooren
zeggen : die vrcuw is dik , dat is, zivanger {(^ette femme est
grosse), lampaars (cul-de-lampe) — gelijk men zoo ook heeft
cul-de-sac, cul-dc-jatte, cul-de-verre enz., — lekkere herin-
nering {souvenir délicieux), gekemde en gehlankette stijl {style
peigné et fardé), een gevoelen trouwen {épouser une opinion)
eu dergelijke meer, die allen bewijzen , dat het edele en
onedele , het figuurlijke en onfiguurlijke, het zonderling en
niet zonderling schijnende in verschillende talen telkens
verschillend is. Het gebruik doet dus in dezen alles af, en
eeu volk handelt dwaas, als het dat gebruik, zooals het
in zijne taal plaats heeft, ook tot maatstaf van het taal-
gebruik bij andere volkeren wil doen strekken.
§ 187.
Eeeds elders heb ik bij een' aanval, door een' Hoogduit-
scher op onze taal gedaan, gepoogd aan deze waarlijk niet