Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Het aangestipte over dit onderscbeid moge echter voor dit
handboek thans voldoende zijn. Wij voegen er slechts bij,
dat de hedendaagsche Hoogduitschers zich soms eene nog
grootere vrijheid van woordeuschikking veroorloven, dan bij
ons plaats heeft. Ook kunnen zij dit doen, daar hunne de-
clinatie naauwkeuriger is dan de onze, gelijk hierboven is
aangemerkt. Duisterheid is er dus niet in de volgende verzen
van voss, hoe vreemd en stroef de woordeuschikking ook hier
en daar schijnen moge. De Dichter schildert de aiwisselingen
eener bekoorlijke muziek, en zingt onder anderen:
---Häufig und vielfach
Wechselnde Weisen des Klangs wetteiferten, andre mit andern
Vielgewandt, tief strömend ergoss sich der lebende Wohllaut;
Donnerte bald graunhaft, wie Gestad' anklimmende Brandung
Braust im Orkan, wenn krachen die Kiel' und strandender Männer.
Nothschuss halt, und Geschrei in den Wogentumult fern hinstirbt;
Bald, wie gezwängt Bergflut im Geklüft weint, weinte der Tonfall,
ünruhvoll, langsam Misklang' auflösend in Einklang ;
Wallete dann, wie ein Bach, der über geglättete Kiesel
Rinnt durch blumiges Gras und Umschattungen, so sich die Hirtin
GernezumAusruhnlegt,undim Halbtraum horcht demOemurmel.
§ 105.
De bijzondere regelen onzer woordeuschikking zijn aan ieder
Nederlander, over het algemeen, genoegzaam bekend, daar
zij hem van kindsbeen aan door het gebruik eigen zijn ge-
worden. Elk weet dus, dat als huygens b. v. van zekeren
prediker zeer aardig zingt:
Daer raesde er een op stoel, als of een donder waer',
En meend' hy seide ons wonder; — maer
AU, dat ick van hem hoorde.
Was, op het kortst geseit:
In een rivier van woorden
Een droppeltje bescheid.