Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
Neen! liever bewoon ik
Anakreons schoot,
En pik uit zijn vingers
De kruimeltjes brood,
En lep uit zijn' beker
Verkwikkenden drank.
Dan spring ik en klapwiek
Uit vrolijken dank ,
En sprei om zijn schedel
Mijn vleugeltjes uit;
En, wil ik gaan slapen.
Ik rust op zijn luit.
Nu weet gij het alhs,
't Is tijd om te gaan ,
Geen raaf zou meer klappen.
Dan ik heb gedaan.
Hoe liefel^k! hoe zoetvloeijencl! En nog zouden misschien
een paar woorden een klein penseeltikje kunnen lyden,
waardoor eene nog meerdere zachtheid aan dit aanminnige
liedje werd bijgezet.
§ 180.
In sommige spraakkunstige eigenschappen ziet meu dui-
delijk , hoe onze taal tot zachtheid en zoetvloeijendheid
overhelt, en zelfs het harde en stootende , dat hare letter-
verbindingen oorspronkelijk mag aankleven , tracht te mur-
wen en smijdig of lenig te maken. Zoo gaat onze scherpe
f op het einde der woorden, juist als met eene zekere klank-
wisseling oï umlaut (gelijk de Hoogduitschers het noemen),,
bij de vorming des meervouds, in de zachte v over. Do
woorden brief, graaf, hof en soortgelijke b.v. nemen bij
ons in den pluralis of het meervoud de v aan, en
worden brieven, graven, (terwyl zij in het Hoogduitsch
Briefe, Grafen blijven luiden). De mollige samentrekkingen
en letterversmeltingen , die aan het Deensch tot eere wor-
-V-