Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
Mng en van den geheelen franschen stijl allen lof verdient,
valt het echter niet te loochenen, dat do onze, vooral in
proza, vrijer is en meer afwisseling bezit dan die onzer gal-
lische naburen. De schrandere verwer heeft reeds aangetoond,
dat b. v. de woorden, ik breng heden aan de bruid den bloem-
krans, van de hofstede, te huis, zich twaalf malen in onzen
stijl verplaatsen laten; b. v. heden breng ik aan de bruid den
bloemkrans van de hofstede te huis; den bloemkrans breng ik
heden enz. Van de hofstede breng ik heden enz. Aan de bruid
breng ik heden enz. En zoo, zegt hij, laat zich de zin: ik
zal heden aan de bruid den bloemkrans, van de hofstede, te
huis brengen, achttien keeren omzetten; terwijl een soortge-
lijke, met het hulpwerkwoord hebben gevormd, b. v. ik heb
heden aan de bruid enz., deze omzetting tot twintigmaal toe
duldt. Voorzeker, men zal dit niet kunnen doen met het
fransche: j'at apporté aujourd'hui de ma maison de campagne
un bouquet de ßeurs ä la fiancée, oïj'apporterai, oij'ai apporté
etc. De reden der meerdere vrijheid, welke wij boven de
Franschen te dezen aanzien hebben, is deels misschien in
den anders gewijzigden gang onzer denkbeelden en in andere
soortgelijke oorzaken te zoeken; deels ook nog een weinigje
in de eenigszins nauwkeuriger declinatie, die wij aan ons
lidwoord of articulus en aan onze voornaamwoorden ofpro'
nomina geven kunnen. Hierdoor toch behoeft de betrekking
eens naamwoords in een' zin niet altijd blootelijk door de
plaats, waar het staat, aangeduid te worden. Als b. v. huy-
c.ens zingt:
Bien uyl, die stadigh vloekt by hemel of by hel ,
Geloof ik niet te wel;
Hy schijnt het oock te merken ,
En daerom alle dingh by eede te versterken.
zoo is hier de zin volkomen duidelijk, niettegenstaande de
woorden dien uil vóór, in plaats van achter geloof ik, ge-
plaatst zijn. Deze duidelijkheid zoude zelfs niet verloren
gaan, al stelde men, dat er, in plaats van geloof ik, iets an-