Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
<ien, als daar zijn: staan, zitten, rijden, liggen enz., ten aanzien
•der woordkoppeling en wat dies meer zij ? Wat zoude wel de woor-
denrijkste laai uit Europa zijn ?
2) Waarin zoude hel Hoogduitsch, wat woordenrijkdom aangaat,
■onze taal hier en daar overtreffen ? Waarin zoude echter het Neder-
landsch aan hare hoogduitsche zuster de loef afsteken? Welke soor-
ten van woorden treft men, volgens jean Paul, het meest in het
'Hoogduitsch aan? ïn wat opzicht kan eene taal lexicalisch arm , en
tegelijkertijd intensief rijk zijn?
3) Wat geeft den grootsten aanleg lot rijkdom aan eene taal?
4) Kan men uit den rijkdom, of uit de armoede, die deze of
gene taal in sommige woorden en spreekwijzen bezit, niet meer of
min beöltii.en tol zekere heerschende eigenschappen en hoedanighe-
•den in hel karakter des volks, dal zulk eene taal spreekt?
5) Uil welke talen hebben de Franschen, Duitschers, Engelschen,
Nederlanders enz., vele hunner kunstwoorden voor het krijgswezen
ontleend? Wat beteekenen deze woorden letterlijk , en volgens hunne
Etymologien of afleidingen? Waar stamt b. v. ingenieur vanaf,
waar "kolonel, soldaat, bataiUon, kanon, infanterie, eskadron,
<idmiraal. huzaar, dragonder, kapitein, sergeant, korporaal, majoor,
peloton, arquebusier, kurassier, kartouw, sabel, pistool, bajonet,
kardoes, rondas^ hellebaard, snaphaan, kornet, kazerne, kortjan,
matroos, patroon, pallast^ kuras, bom, haubitser en soortgelijke?
6) Hoe zoude men (behalve de hierboven reeds vertaalde woorden
generaal, admiraal, luitenant enz.) de bastaardwoorden f/renadier,
musketier, arquebusier, dragonder, gensd'armes, kanonier, pelo-
ton , bataillon, revue enz. kunnen vertalen?
7) In welke soort van woorden is onze taal het rijkst? Is zij b. v.
lijk in woorden ter aanduiding van vreugd, van droefheid, van
gramxhap, van verontwaardiging, van hoogmoed enz. enz., hetzij
actief of passief ?
8) Welk bezwaar is er bij het vertalen van vreemde, bij ons nog
onbekende substantieven, wat de adjectieven, de werkwoorden, of
andere derivaten betreft, die uit hen dienen voort te spruiien ?
9) Het Hoogduitsch is rijk in versterk-, herhaal-, verklein-, wensch-
en naboolswerkwoorden, {verba intensiva, iterativa of frequentativa
'diminii*iva, desiderativa en imilativa), als daar zijn: horchen,
schnarchen , kränkeln , krümeln , kräuseln , spötteln , schneidein ,
schnitzen, schnitzeln, Schnitzern (van schneiden), älteln, altem,
künsteln, buchstäheln, wörteln (d. i. met woorden spelen), klügeln,
Schnauf ein, schnüffeln, beschnoppern, beschnuppern (van schnauben\