Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
Ach ! dat men nog geen woord kon reppen
Van V geen de weelde al xoist te scheppen !
Ware elke taal hier arm en bloot!
Ware elke taal zoo min geslepen.
Zoo arm, als gij, in vond hij vond.
Om sUnksch in doel, om loos in grepen
Te huichelen met der wetten mond !
ó Neen ! vergeefs hij u te zoeken
Be kunst, die onschuld moet verkloeken ;
Dat gift sloop nimmer in uw borst;
Dit deugd en waarheid zelve ontsproten ,
Is de eer uwe adWen ingegoten,
Bij H lesschen van uw^ vroegsten dorst!
Maar, waar is H stout gewrocht verrezen,
Dat uw begrip, uw' magt ontzweeft ?
Waar mag zoo groot een wonder wezen ,
Dat gij niet kent en namen geeft?
Waar H denkbeeld ^ dat gij niet kunt melden?
Waar herderliefde of toorn van helden ,
Je zacht, te vrees'lijk voor uw' stem ?
Waar halve Goön , wier forsche zangen
Gij onverzwakt niet durft vervangen ,
Niet iveêrkaatst met herhoren' klem?
Demosthenes stuif landbespring'ren ,
En hits^ gansch Griekenland te veld;
Dat Cicero de werelddwing'ren
Door almagt dwing' van taalgeweld;
Homerus sprei der Goden waarde
In Godenzangen over de aarde;
Virgiel staav'* Homes adeldom ,
Een Nazo moog' door dart'Ie toonen
Zelfs de eerbaarheid iot wellust troonen ,
En zing' de wet der zeden stom.