Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
behoeft te plunderen. Men vei-gelijke de aanmerkingen in
§ 28 en § 162.
Van dezen gelukkigen aanleg onzer taal dan ook gebruik
makende, hebben wij Hollanders ons een aantal thans alge-
meen bij ons in zwang zijnde woorden weten te verschaffen,
die zelfs de Hoogduitschers nog missen ; weshalve dan ook
de bekende jean paul, als elders reeds gezegd is, ons de
grootste puristen van Europa noemt. Men neme de woor-
den gemeenebest, denkbeeld, volksverlegenivoordiger, wijsbegeerte,
godsdienst, heelmeester, onzijdig en meer soortgelijke, die
ook in de beste hoogduitsche schriften doorgaans republik,
idee, repriisentant, philosophie, religion, chirurg, neutral enz.
luiden.
§ 178.
In sommige opzichten is onze taal arm, b.v. in woorden,
tot den krijgsdienst betrekking hebbende; maar dit heeft zij
met de meeste talen van Europa gemeen. Weinige daarvan
toch hebben oorspronkelijk haar toebehoorende uitdrukkingen,
om verschillende krijgswaardigheden, krijgsverrichtingen,
krijgsbewegingen en krijgswerktuigen aan te duiden , daar
hiervoor de namen meestal of geheel of gedeeltelijk uit
het middeleeuwsche Latijn, het Oostersch enz. afkomstig
zijn. Men neme kolonel, generaal, admiraal, majoor, kapi-
tein, lieutenant of luitenant, korporaal, dragonder, huzaar i
kurassier, karabinier, sergeant, soldaat, kanon, bombe en
honderd soortgelijke meer. Wil men ze vertalen, hier is
zeer wel mogelijkheid toe. Voor generaal, b.v., zoude men
veldheer kunnen nemen; voor admiraal, vlootheer of vloot-
voogd; voor kolonel, of letterlijk (naar de etymologie van
dat woord) slafvoerder, of eenvoudig het nog zeer gebrui-
kelijke overste; voor luitenant-kolonel, onder-overste of onder-
staf voerder; voor majoor, groot-hopman; voor kapitein,
hopman; voor luitenant, letterlijk plaatsbekleeder {tenant
lieii, tenant la place du capitaine) of wel onder-hopman;
n. 9