Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
116
66) Waarin ziin ten kates groote verdiensten gelegen? Welke zijn
ïijne gebreken? Wat valt er tot lof van nuYnECOPFR te zeggen? Aan
wien hebben wij onze eerste Spraakkunst te danken? Wat is er in
het vak onzer letterkunde te dien opzichte al gedaan? Welke mannen
van naam in het vak van nederlandsche letterkunde zijn door de
zuidelijke provinciën, nadat wij in de zeventiende eeuw van haar
gescheiden werden, opgeleverd ? enz. enz.
67) Met welk recht, en onder welke wijzigingen mag men hube:it
KORnELisz. poot, (geb. 1689, gest. 1733) en dirk smits, (geb. 1702,
gest. 1752) de twee voortreffelijkste dichters heeten, die de eerste
helft der achttiende eeuw versierd hebben? Welke overeenkomst zou
men tusschen poot en den vroeger gebloeid hebbenden frieschen
dichter gysbert japicx kunnen aanwijzen ?
68) Is pieter la.ni>endijk (geb. 1683, gest. 1756) eenigszins met
terentiüS, molière en andere uitheemsche blijspeldichters van vroe-
ger of later tijd te vergelijken ?
60) Kan men den Abraham de Aartsvader van arnold hoog-
vliet (geb. 1687, gest. 1763) met recht een heldendicht noemen,
gelijk zulks door sommigen gedaan is, en wat valt over dit en over andere
soortgelijke historische dichtstukken in onze letterkunde aan te merken?
70) Verdient sijbrand feitama (geb. 1694, gest. 1758) zoo iaag
gesteld te worden, als wel eens geschiedt, en hebben, met name,,
zijne alexandrijnsche verzen werkelijk die eentoonigheid en verve-
lende gladheid van maat, door sommigen daaiaan te last gelegd?
71) Wat is het hoofdgebrek, dat f. oe haes en een aantal soort-
gelijke dichters der achttiende eeuw den eerenaam van echt dichter-
lijke vernuften dikwerf onwaardig maakt?
72) Waardoor onderscheidt zich het doorluchtig friesche broederen-
paar willem (geb. 1710, gest. 1768) en onxo zwier van haren
(geb. 1713, gest. 1779) op zulk eene voordeelige wijze van een aan-
tal der overige dichters uit de achttiende eeuw? Is de Friso van den
eerstgemelde werkelijk een Heldendicht, (gelijk zelfs de beroemde
hoogduitsche dichter klopstock het ergens zoo genoemd heeft) en
welke zijn de verdiensten, welke de gebreken van dit in vele op-
zichten uitmuntend gedicht? Bieden de Geuzen van onno zwier
van haren punten van vergelijking met den Friso aan, en in hoe-
ver if3 dit eerstgemelde beroemde, ofsctioon van stijl misschien wel
eens wat te uitvoerige, dichtstuk Episch te noemen? enz. enz.
73) Wat ontsiert de anders vaak kunstige en vernuftige poëzie van
wijlen den groningschen Burgemeester lucas trip (geb. 1712,
gest. 1783)?