Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
zich de overeenstemming van deze taal met de duitsche en andere
spraken van Europa?
13) Welke eigenschappen hebben de zoogenaamde scandinavisch-
duitsche talen ^ (hel Deensch , Zweedsch en oud-iJslandsch) waar-
door zij zich van de overige duitsche spraken onderscheiden ?
14) Wat zijn in het algemeen de karakteristieke eigenschappen van
de hoogere of opper-, en van de lagere of nederduitsche tongvallen?
15) Welke tongvallen zouden in Europa de oudsle zijn, de opper-
of de nederduitsche ?
16) Heeft men uit de middeleeuwen even oude duitsche geschriften
in de lagere of nederduitsche, als in de hoogere of opperduitsche
dialecten ?
17) Sedert wanneer is in het noorden van Duitschland hel Neder-
duitsch (Platduitsch thans geheetea), dat voorheen ook als beschaafde
spreek- en schrijftaal gebezigd werd , daar allengskens uit de hoogere
kringen en uit de boeken door het tegenwoordige Hoogduitsch ver-
drongen ?
18) Welke is de overeenkomst, wat het onderscheid tusschen ons
Nederlandsch en het gemelde zoogenaamde Platduitsch ?
19) Hoe is het tegenwoordige Hoogduitsch van lieverlede ontstaan,
en de beschaafde spraak voor geheel Duitschland geworden?
20) Waaruit blijkt het, dat de scandinavisch-duitsche talen, het
Deensch, Zweedsch, oud-IJslandsch, in vele opzichten lot de lagere
of nederduitsche dialecten behooren ?
21) Waarm is de oud-duitsche geaardheid van het tegenwoordige
Engelsch zichtbaar, en in hoever is het onder de nederduitsche tong-
vallen te rangschikken ?
22) Wat zoude er van de oud-britsche dialecten in het Engelsch
zijn overgebleven?
23) In welke opzichten komt hel Schotsch meer dan het Engelsch
met ons hedendaagsche Nederlandsch overeen ?
24) Tot welken taalstam behooren de bergschotsche of hoogland-
sche, en de iersche tongvallen ? Hoedanig is de volkstaal in Wallis ?
25) Wat is de karakteristieke geaardheid van het Frank-Duitsch,
en waaraan zijn de verschillende oud-duitsche dialeden van elkander
te onderkennen ?
26) Behoort het Mesogothisch lot de hoogere, of tot de lagere duit-
sche dialecten?
27) Welk nut is er voor de beoefening onzer taal uit het Mesogo-
thisch te trekken? Wat heeft men tot opheldering van dien ouden
ongval lot hiertoe gedaan? enz. enz.