Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
gedachten, in een'zin of eene periode vervat, op eene aaneen-
geschakelde wijze voor den geest te brengen, en de aandacht
van het begin tot het einde des zins gespannen te houden;
iets, hetwelk echter (dit valt niet te ontkennen) soms wel
eens vermoeijend zijn kan. Om kort te gaan, onze woorden-
schikking bevordert den indruk eener voorgedragene ge-
dachte in haar' ganscheii samenhang; maar eischt hierdoor,
vooral in lange volzinnen, eene onafgebrokene opmerkzaam-
heid. De reden van dit eigenaardige onzer schikking is onder
anderen deze, dat wjj zeer dikwerf woorden , die met elkander
op het nauwst verbonden zijn, in de constructie van oen'
zin geheel vaneenscheiden, en niet, dan na de tusschenvoe-
ging van een aantal andere, het woord doen volgen, dat tot
het lang reeds voorafgegane rechtstreeks behoort. Zoo plaatsen
wij b. v. onze zoogenaamde hulpwerkwoorden of verha auxi-
liaria soms mijlen wijd van het verbum, welks conjugatie zij
helpen vormen. Evenzoo gaan wij te werk met moeten ,
kunnen , mogen enz. Als b. v. de Heer van Zuylichem zingt:
Matthijs tast oud en jongh aen ;
't Moet alles door zijn tongh gaen ,
Wat ovrr voeten gaet. —
Of 't viel, of qualick staet,
En sal ich hem niet leeren ;
Één dingh en keur ick af:
Sijn tong gaet tot in 't graf
Daer kan men sich niet weren.
dan ziet men reeds, hoe 't woord moet vrij wat verwijderd
staat van het woord \gaan, waarbij 't behoort. Evenzeer is zal
gescheiden van leeren, niettegenstaande deze beide woorden in
den grond slechts één verbum uitmaken, dat is, met hun beiden
het futurum van leeren uitdrukken. Zoo staat ook kan vrij
ver van weren. — In dit puntdicht echter is deze eigenaardig-
heid onzer woordenschikking, die zich niet alleen tot onze
hulpwerkwoorden, maar tot allerlei anderetaaldeelen uitstrekt,
nog niet bijzonder sterk in het oog loopend. Men neme eens