Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
ja in groot aanzien gestaan hebben, hebben zij niet altijfl
evenzeer tot bevordering van den bloei en de zuiverheid
onzer spraak medegewerkt. — Tot in het laatst der achttiende
eeuw zgn er nog enkele van deze rederijkkatners in Noord-
Mederland aanwezig gebleven, en misschien worden er nog
op dit oogenblik hier en daar in Brabant en Vlaanderen aan-
getroffen. — Ir. de vijftiende en een gedeelte der zestiende
eeuw verbasterde onze taal- en letterkunde uitermate. Zij
werd opgevuld met bastaardwoorden, eene smet waarvan
slechts weinig schrijvers zich zuiver hielden. Het proza begon
echter meer en meer het hoofd op te steken, schoon de
onderwerpen, waarover men schreef, dikwerf onbeduidend en
twijfelachtig waren. Goede brokken van bijbelvertalingen moet
men echter niet over het hoofd zien. Evenmin enkele andere
geschriften in proza. Ook hebben an.\a byns, een klopje en
schoolmeesteres te Antwerpen, mattiiijs de castei-ey.n' {ex-
cellent pur.el moderne bijgenaamd), colun van rijssei.h, ver-
moedelijk uit de stad van dien naam afkomstig, cornelis
van ghistele, een Antwerpenaar, jan kruytiers en een paar
anderen zich als dichters nog eenigen naam verworven. Wat
later jan baptista uouwaert uit Brussel, eu peter heyns uit
Antwerpen.
In de tweede helft der zestiende eeuw begon met het licht,
dat de hervorming verspreidde, ook dat der wetenschap-
pen en vau eenen beteren smaak in taalkennis en letteren
te schitteren, zoodat het door zijne heldere stralen den geel-
kleurigen en walmenden fakkelschijn, dien sommige rederij-
kers nog van tijd tot tijd ontstaken , allengs verdoofde.
Tot hiertoe had meer Zuid- dan Noord-Nederland in kun-
sten en wetenschappen den toon gegeven. Thans werd dit
omgekeerd, en Holland nam van lieverlede evenzeer in
verlichting en kundigheden toe, als Brabant en Vlaanderen,
vooral na het eindigen der zestiende eeuw, of stil bleven
staan, of ten minste weinig voortgang meer maakten. Man-
nen, uitmuntende door deugden en bekwaamheden, sloegen
aan de zuivering onzer spraak, en de beschaving onzer let-