Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
KOujN, die men voorgaf, dat veel ouder dan die van stoke
was, wordt thans uitgemaakt voor een valsch en onecht
stuk gehoudon.
Van jan van lielu of jan van leeuwe, een' Brabander, is
er eene rijmkronijk uitgegeven over de oorlogsfeiten van
JAN DEN EERSTEN , hcrtog vau Brabant, maar bijzonder over
den veldslag, dien deze hertog, ten jare 1288, bij het keul-
sche stedeke Woevonc of Woeringen, op de Gelderschen won.
Van wat later dagteekening is de Spiegel Historiael van den
priester i-oüewjjk van veltiiem (insgelijks een' Brabander),
welk geschrift in het eerste vierde der veertiende eeuw vol-
eindigd en een soort van vervolg schijnt te zyn op maeh-
lants aangehaalde werk van denzelfden naam. In het werk
van louliwijk van velthem zijn reeds vele sporen van taal-
verbastering. Over deu Esopet en eenige nederlandsche rid-
derromans, (uit de dertiende eeuw misschien) zullen wij in
de voorlezingen, of bij de beantwoording der vragen spreken.
§ 173.
Tot de schrijvers van de veertiende eeuw (meestal Zuid-
Nederlanders) kan men brengen lodevvijk van velthem, vau
wien zooeven reeds gewaagd is; dirc potter, den dichter
van den zoogenaamden Mimienloep, jan deckers, den schrij-
ver der Dietsche Doctrinale; jan boendale, gezegd jan de
clerc, schepenklerk te Antwerpen, schrijver van de kronijk
getiteld: Brahantsche Yeesten en van Der Leken Spieghel;
willem van hh.degaertsberca euz. Aller leeftijd ifi evenweJ
niet even zeker, en die van sommigen hunner kan ook van
later dagteekening dan de veertiende eeuw zijn. — Men heeft
uit de gezegde eeuw ook het eene en andere van bybelver-
talingen, dat een' zuiver hollandsch-nederlandschen tongslag
verraadt. Staande de veertiende eeuw begonnen ook de ge-
zelschappen der zoogenaamde Rederijkers zich te vertoonen.
Hun getal nam in den loop der vijftiende eeuw en vervol-
gens meer en meer toe, en ofschoon zij eenig nut gesticht,