Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
99
soorten van poëzie behoorende. Onder anderen is het, voor
eenige jaren in Duitschland en ook hier te lande zooveel
gerucht makende Nibelungenlied, een ond-duitsch helden-
dicht, in het gemelde zwavische dialect geschreven, en (wel
te verstaan in zijn tegenwoordigen vorm) uit het zooeven
genoemde tijdperk denkelijk afkomstig (*). — Voor dit ons
geschrift moge het hier zeer vluchtig aangestipte genoeg
zijn over de zoogenaamde frankduitsche, allemannische, ne-
dersaksische en andere soortgelijke duitsche dialecten der
middeleeuwen.
§ '169.
Onder de oud-duitsche tongvallen evenwel moet men ook
diegene niet vergeten, welke den naam van angel-saksische
en deensch-saksische dragen, die voornamelijk van in de
vijfde tot in de elfde eeuw in Engeland bloeiden, en tot de
grondbestanddeelen van het tegenwoordige Engelsch zeker
eene hoofdbijdrage geleverd hebben. De Angel-Saksen of de
Angelen en Saksen waren oud-nederduitsche of neder-ger-
niaansche volksstammen, die zich in het tegenwoordige dusge-
noemde holsteinsche, mekkelenburgscho en aangrenzende stre-
ken schijnen te hebben opgehouden, en in taal en zeden zeer
nauw verwant met de oude Oost- en West-Friesen, Jutten,
Denen en andere naburige kustbewoners schijnen geweest te
zijn. In de vijfde eeuw staken zij met vele krijgsmakkers uit
de genoemde volkeren, onder hunnen heervoerder hengst,
hengist of hengistan, naar Engeland over, hetwelk zij grooten-
deels veroverden, en waar zij, na de oude inwoners verjaagd
te hebben, eene heerschappij stichteden, die langen tijd voort-
(') Men kan over dit belangrijk dichtwerk raadplegen de verhande-
lingen van sikgekbeek en van kampen, geplaatst in de Mneniosyne
van tvdeman en van kampen. Deel IV en IX. Fragmenten van eenn
nederlandsche vertaling van het Nibelungenlied zijn ontdekt door den
gentschen lloogleeraar serrure, en door hem uitgegeven in zijn Va-
derlandsch Museum, ü. I.