Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
Ik versta door het Schotsch hier <le dialecten der schotsche
Laag-landen of Low-lands. In de gebergten van Schotland,
welke den naam van Hu/h-lands of Hoog-landen dragen,
bloeijen nog de zoogenaamde gaelische tongvallen, waarin
de beroemde dichter ossian ;ijne onsterfelijke liederen zou
gezongen hebben. Deze tongvallen hebben met het Engelsch
en de overige duitsche talen weinig ot niets gemeen, en
behooren tot een' geheel anderen spraakstam. Dit geldt ook
ten aanzien van de iersche dialecten, en van de volksspraak
der inwoners uit de engelsche provinciën Wallis en Corn-
wallis. Eene en andere zijn of geheel, ot voor een deel, van
geene gevmaansche of duitsche afkomst.
§ 10«.
Het oudste geschrift, dat wij in een, kennelijk als zooda-
nig zich voordoend, duitsch dialect aantreffen, is een ge-
deelte der meso-gothische bijbelvertaling van den bisschop
uLPUii.AS, uit de vierde eeuw na christus' geboorte. De
Meso-Gothen waren die Gothen of Gotten, welke zich in het
oude Mesie (tegenwoordig tot Turksch-Europa beboerende)
hadden nedergezet, en den christelijken godsdienst aangeno-
men. — Onze vermaarde landgenoot franciscüs jumus heeft,
ons het eerst, en wel in de zeventiende eeuw, met den ge-
melden brok der meso-gothische bijbelverklaring, zooals die
in den zoogenaamden Codex Avfienleus of het zilveren hand-
schrift voorkomt, bekend gemaakt, en den druk van dien
Codex met een uitmuntend Gio.ssariwm of woordenboek voor-
zien. Later, en ook in onyen tijd, heeft men nog het eene
im andere meer van het Meso-Gothisch in het licht gegeven.
De gezegde tongval vertoont sporen van den aard èn der
hoi gere èn der lagere duitsche dialecten, is voorts vrij wat
naar het Grieksch gewijzigd, en met sommige vreemdsoortige
woorden (men heeft ze wel eens oud-thracische genoemd>
vermengd enz. enz.