Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Auteur: Kan, C.M.
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1864 *
Opmerking: Overdr. uit: De Tijdspiegel
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6219
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201316
Onderwerp: Geschiedenis: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de geschiedwetenschap
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, Gymnasia, HBS, Nederland
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
T)e jaren der leerlingen, de menigte
van vakkeu, welke daar het onderwijs
in de hand werken en den leerling ont-
wikkelen, de reeks van jaren, welke
men daar aan het onderwijs kan wijden,
de meer bevoegde personen, met het
onderwijs belast, 't zijn zoovele gege-
vens, welke die verwachtingen mogen
regtvaardigen. En naast die gymnasia
staan nu voortaan de hoogere burger-
scholen met vijfjarigen cursus.
Het is te hopen , dat regering en ge-
meentebesturen het onderwijs in de ge-
schiedenis op die inrigtingen niet onder
aan zullen plaatsen en daarvoor een
behoorlijk aantal uren zullen afzonderen.
A priori toch zal men kunnen bere-
kenen , dat op laatstgenoemde inrigtin-
gen het vormende element niet zoo ge-
heel als bij de gymnasia op den voor-
grond kan staan; dat b. v. de nieuwe
talen niet voornamelijk om eene logische
of aesthetische ontwikkeling kunnen be-
oefend worden. Zou men nu op die
burgerscholen niet veel wat vormen en
ontwikkeleji kon aan 't onderwijs in de
geschiedenis moeten overlaten, te meer
nog, daar de leerling dier school geen
academisch onderwijs zal genieten?
Maar laat het dan ook niet tot de
elementen beperkt blijven, laat men op
beide inrigtingen. gj'mnasia en hoogere
burgerscholen, een behoorlijk aantal uren
er voor afzonderen en dat leervak aan
een bevoegd persoon toevertrouwen. Dan
zal er sprake kunnen zijn van eene me-
thode en wordt het de moeite waard de
in zwang zijnde aan de behoeften des
tijds en de verbeterde inzigten in het
geschiedenis-onderwijs te toetsen.
Met het oog op inrigtingen, die aaii
dezen zeker niet te hoog gpstelden eisch
kunnen en willen voldoen, dat zij nl.
gedurende 5 k 6 jaren in elke klasse
geregeld SS,-}, uren per week voor 't
onderwijs in de geschiedenis afzonderen,
wenschen dan ook wij de bestaande me-
thode nader te beschouweji en eene ge-
wijzigde ter overweging aan te bieden.
11.
't Eenvoudigste middel, om van de
meest gevolgde methode een behoorlijk
denkbeeld te geven (want bepaald om-
schrijven zal wel uiterst moeijelijk zijn), i«
wel dit, dat men opgeeft, tot welke
resultaten men door haar tracht te komen.
Wat zou dus nu ook volgens haar het
resultaat van zulk een vijf- of ze.'jarigen
historiecursus moeten zijn ? Tot welke
hoogte moet de leerling het volgens
haar brengeii?
Tiet meerendeel der docenten zou,
dunkt ons, hierop antwoorden, dat de
leerling, die zulk eeii cursus had door-
loopen, bekend moest zijn met de feiten
der polUieJce geschiedenis en wel in vol-
ledigen zamenhang, uitgebreid en verdui-
delijkt door de kennis der oude en nieuwe
aardrijkskunde; dat hij de hoofdperso-
nen in de geschiedenis voorkomende,
meer in 't bijzonder moest hebben na-
gegaan; dat hij niet onbekend mogt
gebleven zijn met het verschil van ge-
voelen , dat bestond aangaande belang-
rijke personen of gebeurtenissen; in één
woord, dat hij, zonder zelf de bronnen
bestudeerd te hebben , toch op de hoogte
moest gebracht zijn , ten minste voor de
politieke geschiedenis , van op bronnen-
studie gebaseerde werken.
De examinator zou volgens hen over
elk gedeelte dier politieke geschiedenis
grondig mogen examineren, bij enkele
personen of gebeurtenissen kunnen blij-