Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Auteur: Kan, C.M.
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1864 *
Opmerking: Overdr. uit: De Tijdspiegel
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6219
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201316
Onderwerp: Geschiedenis: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de geschiedwetenschap
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, Gymnasia, HBS, Nederland
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
middel aan de hand om zijne feiten onder
bepaalde gezigtspunten te brengen, en
zoo doende des te ligter te onthouden.
Doch niet alleen het opwekken van
smaak voor de beoefening der geschie-
denis en het tegemoet komen der me-
morie beveelt de kulturgeschichtliche
methode aan. Geen vak voorzeker biedt
bij bovenbedoelde methode meer stof aan
tot algemeene ontwikkeling, die des te
meer vereischt is, wanneer geen acade-
mische lessen volgen , zooals op de bur-
gerscholen of bij iemand, wiens weten-
schappelijke opleiding met zijn 18''« of
19^® jaar gesloten wordt.
In welk vak staat het vormende element
wel zoo bijzonder op den voorgrond ? Bij
de nieuwe talen misschien, vooral als
het spreken, vertalen en de briefstijl
hoofdzaak zijn, met een brok uit den een
of anderen auteur tot besluit? Bij de
oude talen dan ? Vooral als grammatika
en kritiek eene eerste plaats innemen?
Welk vak zou dus geschikter zijn om dat
vormende element aan te vullen en eene
algemeene ontwikkeling te schenken dan
de geschiedenis, maar dan ook op deze
wijze beoefend!
Hoewel het bereiken der bestemming
('t zij academie of beroep), teregt bij 't
onderwijs op den voorgrond mag staan,
kan toch de leerling in zoovele andere
betrekkingen en toestanden, buiten zijn
beroep om, geplaatst worden.
Zou dan een gezond begrip van staats-
regeling en staatsbestuur, een meer ontwik-
kelde godsdienstige overtuiging (de kennis
der geschiedenis is ook een goed middel
tegen bekrompene onverdraagzaamheid),
een gezond begrip van de pligten eens
burgers, ook buiten het beroep om, te pas
kunnen komen ?
Die begrippen zou het geschiedenis-
onderwijs , zonder dat het politiseren,
katechizeren of moraliseren werd, als
van zelf en onwillekeurig kunnen in-
planten.
Van nu af aan toch worden hoofdper-
sonen en beroemde mannen niet enkel
meer bewonderd of groot genoemd om
uitgestrekte veroveringen of onnatuurlijk
groote deugden; dewijl men ze beschouw-
de in en tegen over hun tijd, zocht en
vond men hunne grootheid daarin, dat
zij de gebreken en behoeften van hun-
nen tijd navorschten en begrepen, met
overtuigingskracht en opoffering van al-
les, die gebreken trachtten te verbeteren ,
die behoeften trachtten te vervullen en
zoo de karavane der menschheid voor
vele geslachten en eeuwen belangrijke
diensten bewezen. Dergelijke voorbeel-
den kunneii in het gemoed van daar-
voor vatbare leerlingen de zaden eener
edele en krachtige roemzucht leggen,
hen sterkeii tegen vele vooroordeelen,
waartegen zij kondeii ten strijde geroe-
pen worden.
Het aantal der groote mannen toch
wordt volgens deze beschouwing ook niet
beperkt tot hen, die in uitgebreiden werk-
kring, op troon en en met magt voor-
zien, van grooten invloed zijn geweest;
ieder kan volgens dezen maatstaf, op zijn
gebied, op 't gebied van wetenscliap of
kunst, op dat der godsdienst, op elk
mogelijk gebied voor zijnen kring groot
zijn , met zijne krachten woekeren.
Het is eindelijk deze methode alleen,
die aan de definitie van geschiedenis be-
antwoordt: zij toch is het, die met
meer of mindere détails (en het ver-
meerderen zou men gerust aan lateren
tijd kunnen overlaten) den vooruitgang
der volken, de ontwikkeling des men-
fchelijken geestes laat opmerken, die als