Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Auteur: Kan, C.M.
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1864 *
Opmerking: Overdr. uit: De Tijdspiegel
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6219
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201316
Onderwerp: Geschiedenis: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de geschiedwetenschap
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, Gymnasia, HBS, Nederland
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
Rome's staatsbestuur, staatsgodsdienst en
bijzonder leven moeten gezocht worden.
Van de schildering des huisgezins uit-
gaande, waar het kind, door den stren-
gen paterfamilias en de hoogvereerde mater-
familias aan tucht gewend , tot een burger
opgroeide, die de wet wist te gehoor-
zamen , zou men kunnen opklimmen tot
de beschrijving van het romeinsche staats-
bestuur, waar de onderlinge cojitrole van
volk, senaat en overheid, gepaard met
hoogen eerbied voor regt eii wet, de
partijen in evenwigt hield, terwijl men
len slotte de godsdienst, nergens meer
dan te Rome staatsgodsdienst, den band
tusschen staat en burgers zag bevestigen.
Hoezeer in Rome's bloeitijd regt en wet
bij alles op den voorgrond stonden, zou
de strijd tusschen plebejers en patriciërs
bewijzen, in tegenoverstelling der bloe-
dige partijschappen, waardoor Grieken-
lands steden ontvolkt werden. Deze zin
voor regt eji wet gaf kracht 7iaar binnen
en deed Rome's legers, waar dezelfde tucht
heerschte, vereenigd met een aangeboren
krijgstalent, tot in drie werelddeelen zege-
vieren.
üoch ook bij Rome wijst men op den
tijd van verval en ondergang : toen senaat
en volk tegen den dictator en imperator
niet meer waren opgewassen, toen de
wetten niet meer geëerbiedigd, de staats-
zeden bedorven, de staatsgodsdienst ver-
sleten en de krijgstucht verloren gegaan
was. Van republiek was Rome in eene
despotieke monarchie overgegaan, maar
de groote uitgestrektheid dier monarchie
was niet in staat den inwendigen kanker
weg te nemen. Geen staat bewijst mis-
schien beter, hoe inwendig bederf alle
kracht, ook naar buiten, verlamt.
Na op deze wijze de voornaamste vol-
kereïi der oude geschiedenis te hebben
Tiagegaan en iji hunne eigenaardigheid
te hebben vergeleken, bij hen zeiven de
oorzaak van bloei en verval verklaard te
hebben, daaraan hun politieke geschie-
denis vastgeknoopt en daaruit ten dee-
le begrepen te hebben, zou men bij
het eiiidigen der lessen over de oude
geschiedenis nog dienen te wijzen op het
blijvende, 't welk door die verschillende
volkeren aan volgende eeuwen was na-
gelaten: daaruit toch zou de leerling
zien, dat de oude geschiedenis geen op
zich zelf staand, afgesloten tijdvak is,
maar dat er verband bestaat tusschen
volkeren van alle tijden en alle oor-
den der aarde. „Man würde", om met
Weber p. 4.50 te spreken, „Man würde
leicht bemerken, dasz unser gesammtes
Geistes- und Culturleben in demselben
(dem Alterthum) seine Wurzeln hat, und
dasz wir nur in wenigen Dingen, die
auf reiner Geistesthätigkeit beruhen, die
Errungenschaften der alten Welt überholt
haben. Aus dem Orient sind unsere Reli-
gionsbegrifle geflossen, Griechenland hat
für Kunst und Schönheitssinn ewig gül-
tige Vorbilder und Gesetze aufgestellt und
Rom hat dieRechtsverhältiiisze der mensch-
lichen Gesellschaft in Staats-Gemeinde
und Privatleben mit einer solchen Umsicht
und Verstandesschärfe geordnet u7ul fest-
gesetzt , dasz die überwältigende Macht
der römischen Gesetzgebung und Rechts-
bestimmungen noch bis zur Stunde in
allen Culturstaaten bemerkbar ist".
Op deze wijze de oude geschiedenis
besluitende, zou men welligt in de Mid-
del-eeuwen de zuiver ethnographische me-
thode minder goed kunnen toepassen,
behalve dat men bij het onderscheid tus-
schen volkeren van pelasgisclien stam
tegenover die van Germaanschen, Celti-
schen en Slavoonschen bleef stilstaan: