Boekgegevens
Titel: Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Auteur: Kan, C.M.
Uitgave: [S.l.: s.n.], 1864 *
Opmerking: Overdr. uit: De Tijdspiegel
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6219
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201316
Onderwerp: Geschiedenis: onderwijs, beroepsuitoefening en organisaties van de geschiedwetenschap
Trefwoord: Geschiedenisonderwijs, Gymnasia, HBS, Nederland
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het onderwijs in de algemeene geschiedenis op gymnasia en Hoogere Burgerscholen met vijfjarigen cursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
over een grooter gedeelte, door de ge-
zamenlijke klasse op schrift beantwoord,
dienden evenzeer ter controlering van
het geleerde als om de historische op-
stellen te vervangen, die op zich zeiven
wenschelijk, veel tijd van docent en leer-
ling vorderen, zonder nog het bovenge-
melde doel zoo volledig te bereiken.
Wanneer nu op deze wijze een stevige
grondslag (*) van namen, jaartallen en fei-
ten gelegd is, zonder welken van geen ver-
der onderwijs sprake kan zijn, wanneer
nu de politieke geschiedenis , het middel-
punt der Kulturgeschichte, grondig is
onderwezen, blijven nog twee of drie
jaren over, uitstekend geschikt voor de
kulturgeschichtliche methode, welke ik
dan voor de oude geschiedenis, om eens
een voorbeeld te geven, in dier voege in
praktijk zou wenscheTi gebracht te zien.
In de lessen ter inleiding zou men bij
de gewone definitie van geschiedenis die-
nen stil te staan , ze te verklaren en in
haar de aanleiding moeten vinden voor de
nieuwe behandeling van — en leidende
gedachte bij het onderwijs; vervolgens
zou het begrip staatsbestuur met zijne
vele onderdeden moeten uitgelegd en van
die onderdeelen voorbeelden uit de poli-
tieke geschiedenis dienen bijgebracht te
worden. Op dezelfde wijze konden de
verschillende godsdiensten , telkens opge-
helderd door voorbeelden, besproken wor-
den, en eindelijk had men uit te leggen,
wat men onder het privaatleven der vol-
ken te verstaan en te brengen had.
Door deze inleiding zou men, dunkt
mij, reeds vooraf den leerling er oj) ge-
wezen hebben, hoe men een volk naar
zijn staatsbestuur, zijn godsdienst en
(') Een grondslag, waarmede men toch op de
lagere school en 't fransche instituut ook reeds bezig
is geweest.
privaatleven op zich zelf moet schatten
en met anderen vergelijken, ja, dat zijn
politieke geschiedetiis gedeeltelijk een uit-
vloeisel is van zijn inwendige geschiede-
nis, gelijk bij ieder mensch zijne hande-
lingen een uitvloeisel en gevolg zijn van
zijne opvoeding, karakter en zeden.
Deze beschouwing op de oostersche
volken toepassende, heeft men bij het oos-
Iersehe staatsbestuur te wijzen op des-
potisme , gesteund door priester- of krijgs-
lieden-kaste, entevens op een gemis van die
bevolking of dien burgerstand, welke het
land en zijn bestuur steunende, het volk
uitmaakt; ons bij de godsdienst niet ver-
diepende in de verschillende godsbeschou-
wingen, bepalen wij den leerling liever
bij den invloed, welken die godsvereering
op deze volken uitoefende, en wijzen wij
in de eerste plaats op den grooten in-
vloed der priester-kaste, zooals zij wel de
godsdienstige gebruiken en de beschaving
des volks regelde, maar niet minder alles
overheerschte, door het onverbiddelijk
kastenstelsel de bevolking scheidde, tot
zelfpijniging en afzondering bracht, tegen
over die zelfpijniging dikwijls overmatig
zingenot vergunde. Tot het privaatleven
gekomen, zou meïi, na andermaal op den
hoogst nadeeligen invloed van het kasten-
stelsel gewezen te hebben, niet minder
nadrukkelijk op de polygamie de aan-
dacht dienen te vestigen, eene instelling,
die 't huisselijk leven schokkende, ook
de grondslagen van het oostersch staats-
gebouw aan het watikelen bracht. De
bijzondere plaats, welke ten opzigte van
een en ander door Israëliten , Phoeniciërs
of Carthagers werd ingenomen, zou het
geheel des te beter verklaren.
Na dus volgens dezen drieledigen maatstaf
de oostersche staten beoordeeld te hebben,
vertoonden zij zich als op wankele grond-