Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
m r'm-
VOORBERICHT.
De natuur heeft den meesten menschen eene steui en een gehoor
gegeven. Bijna iedereen bezit, tot op zekere hoogte, de vaardig-
heid te kunnen zingen. Evenwel, deze gave is, gelijk alle andere
geestesgaven, in ongelijke mate onder de menschen verdeeld, doch
dit belet niet, dat het onderwijs in muziek of zang een wezenlijk
bestanddeel der opvoeding uitmaakt. Het komt er slechts op aan,
de rechte middelen aan te wenden, om het sluimerend talent te
leiden en te ontwikkelen.
In zake het zangonderwijs nu worden zeer uiteenloopende
methodes gevolgd. De eene gaat langs dezen weg, de andere
neemt eene, daarmee zeer verschillende, licliting aan. Doch
elke methode stelt zich ten doel: de ontwikkeling van het muzi-
kaal gehoor en het muzikaal begrip; elke methode wenscht aan
te brengen: kennis van de hoofdbestanddeelen der zangkunst, nl.
der elenientiek (leer der tonen), en der rythmiek (maatleer),
waarnaast nog een hooger doel staat: vorming van geest en
gemoed.
De methode, welke het best — niet het vlugst — aan dit
doel beantwoordt, verdient ook de meeste aanbeveling. Kchtei'
mag niet verzwegen worden, dat van eene zekere zangmethode
wel eens te groote verwachtingen worden gekoesterd, terwijl toch
elke methode hare eigenaardige moeilijkheden heeft, op welke
men, willens of onwillens, gedurig stoot. En al ware het, dat
men de beste methode volgde, gewisse teleurstelling zou ons deel