Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
We geven hier een overzicht van den omvang der
meest voorkomende stemmen:
Bas: F oï G - d'.
Bariton: A — f*.
Alt: g of' a — cU.
Mezzo-Sopraan: h— p.
Tenor: c - a' en ö'. , Sopraan: c' - a' en h-,
Alzoo kunnen vele liederen voor mezzo-sopraan door
bariton, voor alt door bas, en voor sopraan door tenor
gezongen worden.
Ongeoefende zangers hebben de gewoonte om een soort
brug te vormen tusschen den eenen toon en den anderen.
Misschien vinden zij het fraai of bemerken het niet, doch
een geoefend oor zal die kleine tonen spoedig ontdekken.
Anderen laten veelal een h of n vóór een klinker liooren.
Nog anderen brengen een onnoembaa]- kleine noot voort,
die meer gelijkt op een zeker gebrom of gezoem dan op een
toon. Dit laatste is een zeer algemeen gebrek, en het kost
dikwijls veel moeite dit af te leeren.
Elke toon moet goed worden aangevat (geïntoneerd) en
niet door eenen anderen, al is zij ook nauw hoorbaar, worden
voorafgegaan.
TooiivcM'iiiiiiK VII iiitsprnak.
Een goede toonvorming wordt bevorderd door een naar de
regelen der kunst geplaatsten stand der monddeelen. In het al-
gemeen behoort de tong vlak, laag en rustig in den mond te
liggen en met de punt tegen den achterkant van de ondertanden
te raken. De gevormde toon stroomt dan vrij en onverhinderd
voort, slaat tegen het harde gehemelte aan, d. i. tegen de
achterzijde der boventanden, en verlaat door de van elkander