Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(39
terts-toonladders, zooals die van d, e, b, g, e, a, kunnen
hierna volgen, doch vooreerst nog melodisch. Eenige daarbij
passende oefeningen en liederen zijn gemakkelijk te vinden.
Xiing- (Ml aduiiilialiiigsorgniieii.
Het stemorgaan bestaat uit 3 hoofddoelen: 1°. de longen
en de luchtpijp, welke den luchtstroom verwekken; 2°. het
strottenhoofd met zijne stembanden, welke laatste door
spanning den eigenlijken toon voortbrengen; en 3". de
mondholte, welke als resonans dienst doet, de daarin
zich bevindende tong, tanden, gehemelte en de lippen.
De vereeniging dezer 3 hoofddoelen vormt de zangstem.
De toonvoortbrenging vangt alzoo aan bij de uitademing.
De uitgestoote lucht dringt door de luchtpijp in het strot-
tenhoofd, brengt de stembanden in trillende beweging en
naar de meerdere of mindere spanning der stembanden ver-
krijgt de toon de verlangde hoogte of diepte en wordt door
gehemelte, tong, tanden en lippen naar willekeur ge-
wijzigd.
Wil men derhalve een juist begrip hebben van hetgeen
van een zangstem kan worden verlangd, dan moet men de
verrichtingen dezer zang- en ademhalingsorganen niet alleen
kennen, maar ze door spreek- en zangoefeningen verster-
ken. Eene goede toonvorming hangt daarvan geheel af.
Keniiierkvii. cin^cnsrlinppuii eii gebreken der stem.
Zooals bekend is, worden vrouwenstemmen verdeeld in
hooge en lage (sopraan- en altstemmen); de mannenstemmen