Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(31
laten. Allengs is hij in staat alle tertsen j^egelrecht te treffen
en de desbetreffende zangoefeningen spoedig te kunnen zingen.
Zijn de tertsen behandeld, dan is^er geep enkel bezwaar
tegen, daarna de quinten te laten volgen. Men vange slechts
aan met twee boven elkander staande tertsen te nemen en de
quinten, van welke reeds één bekend is bij de hoofdtonen,
n.1. 1 — 5, leveren geen moeili,ikheid meer op. Het treffen
dezer intervallen geschiedt ook op de volgende wijs:
1-2-4-5; 1-3-4-5; 1-2-3-5. Benedenwaarts:
5-4-2-1; 5-3-2-1; 5-4-3-1.
Vóór we de intervallen vervolgen, kan men de leerlingen
bekend maken met de gewone schrijfwijze voor de verschil-
lende maatsoorten, door er op te wijzen dat:
2/4 in tweeën;
3/4 „ drieën;
6' of 4/4 ,, vieren;
3/8 „ drieën en
6/8 „ zessen geteld wordt.
Tegelijkertijd breide men de kennis der maatsoorten uit
en neme tot tijdseenheid in plaats van een J een f', voor-
eerst maar 3 in getal. Het maatlezen kost weinig inspan-
ning, dewijl de maatslag in drieën dezelfde is bij 3/8 als bij 3/4.
De notenwaarden zijn in dezelfde verhouding s-ebleven, de
tijdduur hangt alleen af van hetgeen voor een tijdeenheid
vastgesteld wordt. Als nuttige schi'ijfoefeningen diene het
volgende: een zangstukje in 3/4 af te schrijven alsof er 3/8 voor
stond, of omgekeerd.
Om den leerlingen een denkbeeld te geven van het
ontstaan eener 6/8 maatsoort, worden de maatstrepen