Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(21
zingen
op den 2den slag lezen —wij;
„ . 3den „
» ?? 4cl6ii ,, ,,
Nu aan het zingen met noten, in het begin langzaam,
allengs iets vlugger. Er kunnen ook eenige zangstukjes
met woorden bijgevoegd worden. De leergang blijft zooals
boven is aangegeven. Gaat het eene of het andere
gedeelte niet naar wensch, dan moet dit afzonderlijk
worden bestudeerd. Bij wijze van proef en om de vorde-
ringen te toetsen, worden de noten een enkele maal zonder
voorafgaand maatlozen gezongen.
Sommige oefeningen beginnen met een onvolledige maat.
Door vraag en antwoord wordt dit verklaard, en de ont-
brekende maatdeelen moeten door de leerlingen zelve vooruit
worden geteld.
Ten einde aan stipte gelijkheid te gewennen bij den
aanhef, ook bij volledige maat, worden ook zooveel
slagen vooraf geteld, als de maatsoort aanwijst.
Zoo zijn we aanvankelijk gekomen, waar we moeten
zijn. Het doel, een eenvoudig zangstukje zonder veel
hapei'en en zonder hulp van den onderwijzer te zingen, is
bereikt. Wat meer is, de zangstudiën kunnen met groote
schreden voorwaarts gaan en zullen hoe langer hoe meer
stof tot tevredenheid geven. Elke zangoefening moet,
mits zij in het kader past, van nu aan flink van stapel
loopen. Is dit zoo niet, dan bewijst het, dat de eerste
beginselen niet genoeg beoefend werden.
Ook de leerling weet, wat hij kan. Het zelfvertrouwen
is gewekt en de overtuiging, dat hij met weinig hul]x