Boekgegevens
Titel: Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Auteur: Letzer, J.H.
Uitgave: Schoonhoven: S. & W.N. van Nooten, 1897
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6125
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201287
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Zingen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Methodiek van het zangonderwijs in lagere scholen en zangscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
(18
„of slag. Beweegt uwe hand op dezelfde wijze eenige malen
„achtereen, altijd te beginnen van boven af, en zegt
„daarbij luid: één, twee."
„Herhaal dit maatslaan en zegt weder hardop: één,
„twee, drie."
„Bij herhaling in 2 en 8 tellen wordt er zacht geteld."
„Vervolgens den eersten tel luid, den tweeden zacht;
„1, 2 luid, 8 zacht, of 1 luid, 2 en 3 zacht, enz."
Het zacht tellen is vooral van veel belang, om straks
zingen en maatslaan te kunnen verbinden, zonder hinder
voor een van beide. Met deze vereeniging van toon en
maat maakt de leermeester op de volgende wijs een begin:
„Zingt de o tonen, slaat de maat en geeft aan eiken
„toon 2 tellen;"
„Daarna met een tijdduur van 3 tellen."
„Zoo doen we ook met de hoofdtonen, eerst in 2, dan
„in 8 tellen."
„Nu zullen wij tusschen eiken toon, die met 2 tellen
„gezongen wordt, even zooveel slagen hardop tellen en
„vervolgens ook met 3 slagen."
„Het luid tellen wordt bij herhaling vervangen door
„stil tellen." " ,
„Zingt daarna 5 tonen met 2 slagen lang en telt achter
„eiken toon 1 slag rust, luid of zacht."
„Vraag: hebben we nu in tweeën of in drieën geteld?
„Zegt dan bij den tel rust niet 1 maar 3."
„Maakt vervolgens de tonen 1 slag lang en telt na iederen
„toon 2 slagen rust, weder luid of stil."
„Vraag: in hoeveel slagen is nu geteld?"
De telling in 4 slagen geeft nieuwe stof tot menige
oefening, zoowel op zichzelf, als verbonden met zingen.