Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
en daar blijf ik me met mijn krullen in de
krulle van het hek verwart zitte. Daar docht
ik niet anders, of me kop gink of, maar ge-
lukkig kreeg ik 'n trankielen inval; ik haalde
men potjen euiwt me sak, en smeerde men
al maar deur an de krulle, die vast zatten.
Daar begon me krul te groeien, te groeie al
maar deur. en ik maar zonder ophoue te
smeere zoo hart ik kon, tot dat 't potje leeg
was. Maar gelukkig ware we toe net an 't
staatsie-on van de Voogelesank, en daar hield
de trijn op. Toe vroeg ik een skaar te leen
an 'n juffrouw, die skeuins oover me zat, en
ik knipte me de krul of. Ik heef, toen ik
weerom kwam, men haar weerom gevraagd;
maar, ja wel! Ze hadden 't in mekaar ge-
draaid, en gebreuiken 't as 'n kabel, om de
ankers mee te winden."
„ Wel, zei ik teuge Geis, geloof jei dat?
Ikke niet."
„ Och! zeit Geis, as ik zoo nadenk, onze
lieven Heer is allemachtig; 't kan makkelik
waar weeze."
Das ook al mis, dacht ik. Nou! we nam-
me nog en opfrissertje, en toen vroege we an
Kla-as, of ie ons nilks te vertelle hat van sen
laaste reis. „ Wel, zeit ie, wat zou 'k veul
zegge? Heel veul merkwaardigs is me jeuist
niet overkomme: alleenig toch een dink, dat
nog al aardig was. Daar waare wen op de
hoogte van Drontem, en leggen er te kooi op
'n soomerse nacht, dat gunter om de Noort
geen nacht is, om zoo te spreeke; daar voele