Boekgegevens
Titel: Proeve van Platamsterdamsch
Auteur: Lennep, J. van; Halbertsma, J.H.
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1845
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6081
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201273
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Dialecten, Amsterdam (stad)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Proeve van Platamsterdamsch
Vorige scan Volgende scanScanned page
2!)
Bh. 6 DEN OUWE, de oude, d. i. de Kapi-
tein van het schip. Jfet hij alle volken heerschendc
denkbeeld, dat ouderdom regt tot gebieden geeft,
heeft deze beteekenis aan dit woord gehecht i de
matrozen noemen daarom ook eenen Kapitein van
25 jaren den oude.
GELOOF JU DIE, GIJS? Algemeen laat
de volkspraak in Nederland de t [oudtijds th in
plur.] achter de ƒ weg in den tweeden persoon , als
er gevraagd wordt, geloof jij? Is het bevesti-
gend, dan blijft jij gelooft:^ maar in den derden
persoon hij gelooft en gelooft hij , beiden met /.
Blz. 7. SLAAP3ILSSrE, slaapmutsje. Men
zet eene muts op om te beter te slapen, en men
drinkt bij het te bed gaan een glaasje jenever om
te beestachtiger te slapen. In het woord mutsje is
echter deze speling, dat het zoo wel een maatje
van sterken drank als een hoofddeksel aanduidt ;
men zegt immers een mutsje jenex^er. In den laat-
sten zin is het mudde, koornmaat; diminut. mud-
dek e , jnuddetje , contr. mutsje.
KBOMHOÜTS GAST, een scheldnaam aan
boord voor reizigers, die medevaren. Een matroos
is op het dek of klimt in het want; een soldaat
of ander kerel , die als passagier medevaart, is
tmder deks, en dus tusschen de kromhouten,
die als de ribben van een schip zijn. J^en krom-
houts gast is dus een soldaat, of ander land-
krab , die op zee zijn verblijf tusschen dc krom-
iiouten heeft; hier is 't een naam van verachting,
welken Sandeu aan den Chinees geeft, als een* lui-
jen matroos, die liefst in het logis zit.
SLINGER-TEUDOEN. De perdoens zijn tou-
wen , die aan wederzijden van den steng afdalen en
in de rust nederkomen en vast zitten, om den
steng te bevestigen. Wanneer het schip hevig slin-
gert , achten velen ter meei'dere bevestiging nog