Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hgd. i, Ned. e 83 •
SBctJcit 6tB gebiffen beifee bijten
gleiiï^ett glid^ geglichen gletd^e gelijken
gleiten glitt geglitten gleite glijden
greifen fltiff gegriffen greife grijpen
ïneifen fniff gefniffen ■fneife knijpen
teiben litt gelitten leibe lijden
pfeifen iJfiff gepfiffen pfeife fluiten, pijpen
reiden riß geriffen reifee rijten, scheuren
reiten ritt geritten reite rijden
fc^leii^en mi^ gefcf)lt^en f(^leid^e sluipen
fc^lctfen Wiff gefc^liffen fc^leife slijpen
fcfimcifeen f^mife gefdjmiffen fdimeifee smijten
f(^neiben fc^nitt gcfd^nitten fdfineibe snijden
fd^reiten fd^ritt gef(l)ritten fdireite schrijden
ftreic^en ftrid^ geftri^en ftreic^e strijken
Weichen roic^ geniid)en roei^e wijken.
Hgd. ic, Ned. i B (ee).
iB(ct6en blieb geblieben bleibe blijven
leiden liet) gelteren leilic leenen
meiben mteb gemieben meibe mijden
4)reifen prte0 gepriefen preife prijzen
reiten rieb gerieben reibe wrijven
frfieiben fc^ieb gefi^ieben fdfieibe scheiden
f(^einen f^ten gefdljienen fc^etne schijnen
fdjreifien fd^rieb gefi^rieben fc^reibe schrijven
fd^reien fd^rte gefd^rteen fdjrei schreeuwen
f^tóeigen f^mieg gefc^roiegen fcf)tt)eige zwijgen
fteigen flieg geftiegen fteige stijgen
treiben trieb getrieben treibe drijven
meifen roieä gewiejen roeife wijzen
aei^en äie^ gejietien 3eif)e betichten. >
SoBcn lub gelaben lobe laden
roacfifen rondas gen)ad)fen mad^fe wassen, groeien
wafd^en wufc^ geiT)ofd()en roaf^e wasschen.
Vertaal:
1.
Door schade 1) wordt men wijs 2). De natmir laat zich bui-
gen, maar niet breken. Breekt een schakel 3), dan (fo) breekt
de heele ketting 4). De gierigheid groeit met het geld. Geleend