Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het werkwoord. 2)a§ ^citluort ober ^erBuin
A. Zwakke vervoeging. Srijmndje Bonjugatioii.
Evenals in 't Nederlandsch behoudt een zwak werkwoord in
het Duitsch denzelfden stamklinker, zoowel in het Imperfec-
tum als in het verleden deelwoord. In het Duitsch evenwel wordt
bo§ Smperfett regehnatig door toevoeging van tc en ba§ jmeitc
^ariijip door toevoeging van t gevormd (vergelijk tiuicfien bladz.
47); terwijl bij ons nu eens de, d, dan weer te; t als uitgangen
van de beide tijdvormen optreden. (Wanneer gebruiken wfl d
(de), wanneer t (te) achter den stam van 't werkwoord ?).
Merk tevens op: 1° dat de Duitschers, ten einde de uitspraak
mogelijk te maken, vóór de uitgangen Ic en t nog 'eene c in-
lasschen, wanneer de stam van 't werkwooixl op b of t eindigt.
(Vergelijk bl. 64). b. v.
^tJraÏLMiS. 3mpcrfett. iprciicns. 3mpcïfett.
ai^te 3d) ac^tctc Sd) «cibe 3d) mcisele
bu ttdjteft bu ad)tctcft bu wcibcft bu uicibetcft
ev o^tct cr adjtete cr iueibct cr tocibcte
wir od)tcn etc. loir locibcu ctc.
itjr achtet ^^erfett. if)r «eibct ^crfctt.
fie ndjtcn. (jabe geartet, fie meibeu. i)abe gctoeibet.
2° dat om dezelfde reden na een' sisklank (§, 3, S) eene
e ingelascht. wordt in den 2en persoon enkelvoud van het
ïPröfenê be§ 3nbitatiu5; b. v.
3Sd) t)affe - id) rctje rei3e (terg) forfd)c
bu boffcft. bu rcifeft. bu reiscft. bu forfdjcff.
(Vergelijk hiermede bl. 43, § 4, 1).
3° dat de Duitschers beide medeklinkers, waarop de stam
van menig werkwoord uitgaat, ongescheiden laten, terwijl wij
Nederlanders daarvan één afwerpen. Vergelijk: hij bromt, hij
knort, gij kent, hij mist, hij stelt, hij balde de vuisten, ge-
prest enz. met: er lu-ummt, er tnurrt, bu fennft, er mifet, er ftcllt,-cr
ballte bie göufte, gepreßt etc.
4° dat in de volgende twee gevallen het voorvoegsel ßc voor het
verleden deelwoord wegvalt: o) wanneer het werkwoord met
eene toonlooze lettergreep begint (evenals in 't Nederlandsch), b. v.
fjabe cm|)fongen, erwartet, ficbauert, uerlorcn, gcnoffeii; b) Avanneer