Boekgegevens
Titel: Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Auteur: Leopold, Johannes
Uitgave: Breda: P.B. Nieuwenhuijs, 1881
Nijmegen: H.C.A. Thieme
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6071
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201270
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inleiding tot het Lehrbuch der deutschen Sprache
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
faalsche vrede 5) gesloten. De baan der aarde om de z on be-
draagt 129345695 mylen. Zes maal zes is zesendertig. Drie van
de tien blijft zeven 6). Eenmaal blozen doet 7) tienmaal ver-
bleeken.
2.
Hoeveel eieren kunt go nuchter eten ? Maar één. — Er spe-
len zich eerder 8) tien arm dan één rijk. - Een der fraaiste ge-
dichten van Schiller is het lied van (»on) de klok.-Bismarck is
een van de grootste mannen uit deze eeuw. - Een van de
eerste bloempjes, die in de lente {Bat.) uit de aarde te voor-
schijn 9) dringen, is het sneeuwklokje 10). - Van twee kwa-
den 11) moet men het kleinste kiezen. - Zeggen en doen is
twee 12). — Duizenden vielen op het slagveld, honderden stier-
ven 13) op het schavot 14) (Dat.) — Driemaal werd hij gestraft,
driemaal viel hij in dezelfde fout 15) (^cc.).—Twaalf ambachten
dertien ongelukken 16). - Weet gij ook hoe laat- het is ? Ja,
het is half een. Neen, ik yergis mü, 't is kwart over twaalf. —
Weet gü ook, hoe oud die heer is ? Neen, maar ik geloof, dat
hü een goede 17) veertiger is. Zoo, ik dacht, dat hü reeds diep
in de vüftig 18) was. — Wie van u kan mü zeggen, welke
berg de hoogste van ons werelddeel is ?
3.
Vier van de vüanden zün gevallen en zes der onzen zün ge-
wond. — Wü waren met ons vüftienen en zü waren slechts
met hun negenen. - Dertien met 33 vermenigvuldigd 19) geeft
429. — In het begin van het jaar 1867 had de kolonie 20)
Victoria 922 kerken en kapellen 21)'; bovendien werden 322
schoolhuizen en 512 privaatgebouwen 22) op (on) Zondagen tot
kerkehjke doeleinden 23) gebezigd. Het getal scholen beliep 24)
1206; daarvan kregen 730 subsidie van den kant der regeering.—
Een vreemdeling wordt in een hotel 25) wakker, hoort de
brandklok en telt: tien, elf, twaalf, dertien, veertien, vüftien ...
Wel drommels 26), roept hü, zoo laat beii ik nog nooit in 't
bed (Acc.) gekomen.
1) Vert. schrijven kunnen. 2) fönnen. 3) föefangenfdjaft vr. 4) 9iu6=
lanb. 5) ber aEBeftfiilifc^e griebc. 6) Vert. Van tien drie blijven zeven.
7) ma(l)t. — 8) e^er. 9) Ijeroor. 10) S^neeglöcfc^en. 11) Ü6el onz.
12) Vert. tweeërlei. 13) ftarben. 14) SBlutgerüft onz. 15) gef)ler m.
16) Vert. 14 handwerken 15 ongelukken (baê Unglüd). 17) ftarf.
18) in ben 3Unf3igen.-19) multiplijiert. 20) fiolonie vr. 21) fiapeUe vr.
. 22) ïptiBafgebaube onz. 23) Smed m. 24) belief fic^ auf. 25) §oteI onz.
26) jum §enfer.